Richt een bijeenkomst zich op het verbeteren van vaardigheden voor het werk, dan is er niets aan de hand, maar zit er een fun-element in dan kan het door de WKR onder druk staan. Dat stelt mediaplatform EventBranche.nl. Zij dook in de materie en zette de regeling en de gevolgen uiteen.

Sinds 1 januari 2015 is de WKR voor alle werkgevers verplicht. Binnen deze regeling kunnen werkgevers in 2015 maximaal 1,2 procent van hun totale fiscale loon (de vrije ruimte) besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor werknemers.

Daaronder vallen onder meer bedrijfsfeesten en bedrijfsuitjes, maar ook bepaalde fun-elementen van een inhoudelijk evenement. Hierbij geldt een eindheffing van 80 procent.

Wat mag wel en niet?

Een evenement voor medewerkers georganiseerd op een externe locatie, zonder (overwegend) zakelijk, inhoudelijk of trainingsdoeleinde valt binnen het forfait. Zo ook een bijeenkomst die vanuit de personeelsvereniging met geld van de werkgever is georganiseerd.

Buiten het forfait (als vrijstelling of nihilwaardering) vallen evenementen voor medewerkers georganiseerd op de eigen werkplek, (overwegend) zakelijke, inhoudelijke of trainingsbijeenkomsten en dus bijeenkomsten georganiseerd vanuit de personeelsvereniging zonder inleg van de werkgever of georganiseerd vanuit een personeelsfonds.

Onlangs kondigde de Belastingdienst een wijziging aan, die erop neerkomt dat er bij organisatie van bedrijfsuitjes en -feesten een gerichte vrijstelling geldt voor vervoer, consumpties tijdens het personeelsfeest (tijdelijk verblijf) en maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijke karakter. De artiest of het uitje zelf vallen wel binnen de 1,2 procent.