Zorgondernemer Loek Winter laat zijn licht schijnen over goed bestuur en toezicht binnen zijn branche. Laat vooraf duidelijk zijn dat hij in algemene zin voorstander is van governance codes, begint Loek Winter. “Ik denk dat het uiteindelijk wel werkt. Maar altijd geldt: je kunt codes afspreken wat je wil, het valt of staat met de bereidheid van personen om zich eraan te houden.” Goed bestuur gaat wat hem betreft dan ook vooral over een systeem van ‘countervailing powers’.

Geen prestatiedruk

Hoewel de codes van overheid en bedrijfsleven op elkaar lijken, worden in de maatschappelijke discussie veelal twee verschillen tussen beide sectoren genoemd: de publieke sector heeft een wettelijke taak en bovendien meer stakeholders.

Onzin, vindt Winter. “Neem een hotel, met werknemers, klanten, overheid en bijvoorbeeld tour operators. Dan een ziekenhuis: personeel, clienten, overheden en zorgverzekeraars. Dat maakt dus niets uit. En een bedrijf bepaalt zelf welk product of welke dienst zij aanbiedt, maar daar is ook een wettelijk kader voor: regels van de politie, van de inspectie, van de mededingingsautoriteit.”

Feitelijk is er maar een verschil, betoogt Winter. “In plaats van die driepoot van bestuur, commissarissen en aandeelhouders kent de zorg enkel een lineaire lijn: van raad van toezicht naar bestuur.” En dat is belangrijkverschil, zo wil hij benadrukken.

“Als de jaarrekening van een ziekenhuis op nul uitkomt, is iedereen blij. Niemand vraagt: waar zijn we goed in, kan dat ook nog beter, waarom zijn de buren efficiënter dan wij? De raad van toezicht wordt niet aangesproken. Er is geen prestatiedruk.”

Voor medisch-specialistische zorg geldt een verbod op winstoogmerk en vrijwel alle ziekenhuizen hebben de rechtsvorm van een stichting.

Noodpakket

Het is in Nederland niet verboden om zorginstellingen met privaat geld van aandeelhouders te financieren, zoals Winter wil. Maar voor medisch-specialistische zorg geldt een verbod op winstoogmerk en vrijwel alle ziekenhuizen hebben de rechtsvorm van een stichting.

Meer marktwerking betekent minder overheidscontrole, maar van controle is in het huidige systeem ook geen sprake, redeneert Winter. “Wat gebeurt er als het fout gaat? De inspectie stelt verscherpt toezicht in, de verzekeraar spreekt zijn zorg uit.

Maar gaat de tent dan dicht? Nee. De minister zal hoogstens een briefje sturen. Ze kan zeggen dat ze er geen vertrouwen in heeft, en dan ontstaat er wel een dynamiek waarin dingen kunnen veranderen, maar een noodpakket is er niet.” Dat moet er wat hem betreft dan ook zo snel mogelijk komen. “Voor publieke instellingen, maar voor het bedrijfsleven net zo goed.”