Ook worden ziektebeelden volgens haar nog vaak bekeken vanuit de manspersoon. En dat is allebei jammer, zo vindt ze. Door de huidige man-vrouwverhouding in gezaghebbende specialistenfuncties bijvoorbeeld, blijft volgens Maas de machocultuur in stand. “Mannen nemen in de praktijk nog steeds de beslissingen. De vrouw die het glazen plafond wil doorbreken kan dus best medestand gebruiken.

Het is zonde dat vrouwen niet hogerop komen. En uiteraard is er ook sprake van kapitaalvernietiging. Na een acht ton kostende studie geneeskunde ben je het ook aan de maatschappij verplicht om daar wat mee te doen”, stelt Maas, als hoogleraar verbonden aan het Radboud Universitair Medisch Centrum.

Ouderwets gedachtegoed

Het aantal vrouwelijke cardiologen, nu zo’n 20 procent, neemt wel toe naar 30 procent denkt Maas. Niettemin prijkt haar beroepsgroep naar eigen zeggen nog steeds in de top 4 van machoculturen. “Het zijn vooral mannen die beleidsbepalende posities innemen in de cardiologie.

Daarnaast is minder dan acht procent van de hoogleraren cardiologie vrouw en is er geen vrouwelijk afdelingshoofd te vinden. Uit veel maatschappen klinkt hardop dat er geen vrouw zitting in heeft en het wordt zelfs als statusverlagend gezien als eentje dat wel zou doen. Dat is natuurlijk een zeer ouderwets gedachtegoed.

Veel vrouwen werken wel voor maatschappen, maar nemen er zelf geen deel aan. Eeuwig zonde. Financieel, maar ook in verantwoordelijkheid en zeggenschap.”
De dames zijn daar echter zelf ook debet aan. Niet alleen lijkt er sprake te zijn van een ‘old boys network’, veel vrouwen zien volgens Maas van een toppositie af omdat ze opzien tegen de combinatie met het moederschap of missen de ambitie.

Maar is dat zo erg? De hoogleraar meent van wel, aangezien vrouwen in haar ogen een duidelijke meerwaarde kunnen vormen in de medische topposities. “Allereerst hebben zij meer empathie waardoor patiënten veel sneller het gevoel hebben dat er naar hen wordt geluisterd.

Daarnaast denk ik dat meer zachtheid niet alleen de patiënt, maar het hele vak wat kan opleveren aangezien die de cultuur prettiger maakt. Uiteindelijk kan de zorg misschien wel goedkoper zijn als we eerst naar mensen luisteren en signalen oppikken voordat we meteen maar met technologie aan de slag gaan.”

Er moet een bereidheid zijn om invloedrijke rollen door vrouwen te laten vervullen, maar er moet nog meer veranderen.

Ziekteverschillen

De medische wereld gaat daarnaast veel te veel van alleen de mannelijke patiënt uit, stelt Maas, terwijl de vrouwelijke evenknie toch wezenlijk verschilt en ook hart- en vaatziekten zich soms anders ontwikkelen. “Een vrouwentorso is bijvoorbeeld al anders, dus kan bijvoorbeeld echotechniek een stuk lastiger zijn.

Ditzelfde geldt voor de interpretatie van andere onderzoekgegevens. Het proces van aderverkalking bijvoorbeeld, verloopt volgens een ander patroon bij de andere sekse. Vrouwen hebben veel minder vernauwingen op één plek, maar de diagnostiek is geënt op het proces bij mannen. En in de praktijk worden hartinfarcten bij vrouwen bovendien minder snel onderkend.”

Maas vindt dat er nog een hoop werk moet worden verricht. “In de opleidingen tot cardioloog is het zinvol een deel van de mannelijke opleiders snel te vervangen door vrouwen. Er moet een bereidheid zijn om invloedrijke rollen door vrouwen te laten vervullen, maar er moet nog meer veranderen. Ook onder vrouwen zelf. Zij moeten zich niet laten afschrikken door de beroepscultuur, maar er juist met hamers doorheen breken. Vrouwen, we hebben jullie nodig.”