Lidy Schilder
Directeur/bestuurder Blik op Werk

Diezelfde arbeidsmarkt wordt ook meer en meer beïnvloed door robots en we staan voor een technologische revolutie. De een ziet kansen met alle nieuwe mogelijkheden en de ander maakt zich zorgen over de vraag of deze technologie banen gaat vervangen.

Onderzoek namens de Tweede Kamer voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid laat zien dat informatie- technologie, zoals robots en internet, juist bijdraagt aan de groei van arbeidsproductiviteit. De echte oplossingen voor werkloosheid – meer banen – zijn structurele verbeteringen zoals economische groei en/of herverdeling en waardering van werk.

Voorbij het doemdenken

Zelf ben ik van mening dat de economische groei ruimte geeft voor structurele verbeteringen. Robotisering vormt niet de bedreiging, maar biedt kansen. Ook het vaak gehoorde argument voor hoge werkeloosheid, de mismatch, berust volgens onderzoek van zowel het CPB als de Rabobank op een fabel. Dus alle lichten op groen of geldt het toch niet voor iedereen?

Goed is om te kijken hoe onze economie zich ontwikkelt en waar men groei verwacht. Volgens een Ecorys-studie, getiteld ‘The Netherlands in 2030; How changes in the international context will affect the Dutch economy’ (2015) ziet het er als volgt uit: De dienstensector wordt nog belangrijker en maakt in 2030 78% van de totale Nederlandse economie uit.

Het belang van de landbouw en voedselproductie neemt toe van 8 naar 11% en het aandeel van de maakindustrie zal dalen van 14 naar 11%. Binnen de dienstensector is sprake van groei bij de zakelijke dienstverlening, de bouw en de watertransportsector. In de agrarische en voedselsector vindt de productiestijging met name plaats bij de zuivelproductie en de groente- en fruitteelt. Dalers zijn de maakindustrie, zoals machinebouw, de chemische sector en de metaalindustrie.

Ook creativiteit en participatie zijn belangrijke kernwaarden.”

Zijn bedrijven erop toegerust en kunnen we samen de slag maken?

“Bedrijven en organisaties die de toekomst gaan maken zijn die, die investeren in mensen en menselijk kapitaal, in goed personeelsbeleid en in een werkomgeving waarin mensen zich gewaardeerd en waardevol voelen.

Die werkgevers frustreren niet de behoeften van mensen naar intrinsieke waarden in het werk, die bijdragen aan geluk, welzijn en zingeving. Dat zijn de bedrijven die de toekomst zonnig tegemoet kunnen zien en mogen rekenen op een stabiele duurzame groei”, aldus Jac van der Klink, hoogleraar Psychische gezondheid en duurzame inzetbaarheid in arbeid aan Tilburg University.

“Omdat de waarde van werk bijna uitsluitend wordt afgemeten aan het productieve aspect, wordt op crises gereageerd door de ‘productie’ te verhogen wat ten koste gaat van het proces. De zorg bijvoorbeeld wordt vrijwel geheel gestuurd door kosteneffectiviteit. Werknemers in die sector voelen zich daarom niet meer erkend in hun professionaliteit. Historisch gezien is het ook contraproductief. Ja, een aardig inkomen is leuk, maar niet alleen zaligmakend. Ook creativiteit en participatie zijn belangrijke kernwaarden.”

Dat een aardig inkomen leuk is, maar niet alleen zaligmakend, ben ik helemaal eens met Van der Klink. Echter als je onzeker bent of je straks nog een baan hebt en de rekeningen zich opstapelen, is je primaire zorg; hoe kom ik aan inkomen, hoe kom ik aan werk!

Inrichting van eisen

De enige zekerheid die de overheid je biedt, is dat ze die onzekerheid niet weg zullen nemen. Dat dit ook gaat gelden voor mensen met modale inkomens zien nog weinigen. Als de duur van de WW in 2019 voor grote groepen niet langer is dan zes tot negen maanden, dan is de vraag of de transitievergoeding wel gebruikt gaat worden om naar nieuw werk te komen. Het betalen van rekeningen is dan ook belangrijk.

“In de jaren ‘50 is een begin gemaakt met maximaal rendement halen uit functies”, vertelt Dr. Brigitte van Lierop, senior partner van Disworks in 2014 op de Startbijeenkomst VGN-leernetwerk. Dit leidde er ook toe dat de huidige inrichting van arbeid met stijgende functie- en opleidingseisen niet echt geschikt is voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

De overheid heeft deze groep lang ‘beschermd’ door ze arbeidsongeschikt te verklaren. En het effect was: de groep verdween uit beeld en dan is het snel onbekend maakt onbemind. De Social Return verplichting van gemeenten is weliswaar een positieve ontwikkeling, maar Van Lierop ziet het eerder als marketinginstrument om werk binnen te halen. “Het is tijd dat elke medewerker out of the box denkt om banen te creëren en dat ‘een hart onder de portemonnee’ nodig is bij mensen aan de top.”

Aan de onderkant vallen er meer mensen af die eerder gewoon hun boterham konden verdienen.

Neveneffecten

De neveneffecten van sturen op productiviteit zijn dus dat het én uiteindelijk contraproductief is, omdat de waarden van werk in toenemende mate onder druk zijn komen te staan én een dergelijke inrichting van werk niet geschikt is voor iedereen.

Functies eisen ook meer van mensen dan voorheen. Als voorbeeld: kon je 30 jaar geleden nog met een LTS opleiding instromen als monteur in een garage, nu is MBO het minimum. Dat komt door de toegenomen elektronica aan boord van de auto. Aan de onderkant vallen er meer mensen af die eerder gewoon hun boterham konden verdienen.

Van der Klink redeneert verder en stelt dat werk over een paar decennia vrijwel geen (economische) waarde meer heeft ten opzichte van kapitaal wat wordt versterkt door verdere mechanisering, robotisering en computerisering. We zien dat nu al aan het gemak waarmee productie verschoven wordt naar lagelonenlanden en in de attitude van kapitaalbezitters.

Dit betekent volgens Van der Klink dat de productieve outputkant van werk minder waarde krijgt, terwijl in het huidige denken de outputkant nog steeds sterk benadrukt wordt. Dit in tegenstelling tot hoe de oude Grieken tegen werk aankeken, maar ook in tegenstelling tot wat professionals belangrijk vinden in hun werk (de proceskant; ‘goed’ werk leveren).

Er zullen altijd groepen blijven, die hand moet worden toegestoken.

Werk biedt meer-waarde

De oplossing ligt volgens Van der Klink in een drastische waarde herziening, waarbij veel meer het consumptie-aspect van werk wordt benadrukt en de waarde ‘inkomen’ anders wordt ingevuld. Werk moet bijdragen aan andere waarden, zoals zin, geluk, creativiteit, welzijn e.d.

Werk moet waarde toevoegen om duurzaam te zijn: voor de arbeidsorganisatie en voor het individu. Thomas Piketty laat ook zien dat de factor inkomen door arbeid in het kapitalisme historisch gezien steeds sterker ondergeschikt raakt aan de factor kapitaal.

Het is goed en belangrijk dat we leren van het verleden en dat onderzoek bijdraagt aan een nieuwe visie op werk. Een visie waarbij waardering niet alleen in geld wordt uitgedrukt maar ook de andere waarden die werk je kan geven.

Die toegevoegde waarden dragen bij aan werkplezier en een hogere productiviteit. Dat is goed voor behoud van onze welvaart. Maar geldt welvaart wel voor iedereen? Er is ook sprake van verschil in werkloosheid tussen laag- en hoogopgeleiden en als dat verschil groeit, ontstaat er een grotere kloof in onze maatschappij tussen welvaart en armoede.

De overheid legt steeds nadrukkelijker de verantwoordelijkheid bij mensen zelf neer en ik vraag me af; zijn we daarvoor allemaal goed toegerust? Ik denk het niet. Er zullen altijd groepen blijven, die hand moet worden toegestoken.

Uitdaging

Mijn vraag aan u: hoe gaan we er samen voor zorgen dat in onze maatschappij zoveel mogelijk mensen, laagopgeleid, modaal en hoogopgeleid kunnen meegenieten van al die waarden van werk. Wij zetten ons daar al tien jaar voor in en staan nog steeds voor deze waardevolle missie.

Graag daag ik u uit om met mij in de aanloop naar ons tienjarig bestaan eind 2016 samen opinies te verzamelen en succesvolle aanpakken uit te wisselen om uiteindelijk op ons congres ook het debat aan te gaan.