Pieter van der Loo
Directeur Employee Benefits bij Meijers

Experts spreken steeds luider over de alternatieven. Wat betekent dat voor een werkgever? Wat de ‘boosdoeners’ zijn, moge duidelijk zijn: de lage rente en toegenomen levensverwachting zorgen voor de enorme stijging in pensioenkosten. “Zo hoog, dat werkgevers zeggen: dat kan of wil ik niet langer betalen.

De kosten zijn met 30 procent tot in het geval van oude contracten met wel 70 procent gestegen. En dan moet je dus de vraag stellen of het systeem nog houdbaar is”, verklaart Pieter van der Loo, directeur Employee Benefits bij Meijers.

Minder efficiënt

Van der Loo: “Werkgevers willen de kosten beheersen en voorspelbaar houden. Wellicht kan een enkele werkgever er in onderhandelingen met een verzekeraar nog uitkomen, maar over het algemeen zullen de keiharde garanties vervallen, tenzij er natuurlijk de bereidheid is daarvoor te betalen.”

Of dat een slechte ontwikkeling is, daar is Van der Loo niet zo zeker van. “Garantie klinkt fijn, maar het is maar de vraag wat deze garantie waard is. Als je de kosten tegenover de risico’s zet, kun je concluderen dat het product van een gegarandeerd pensioen in de huidige marktsituatie minder efficiënt is.”

En dus komen de alternatieven steeds dichterbij. Een beschikbarepremieregeling stelt de premie vast via een percentage van het loon, waardoor de lasten voor werkgevers overzichtelijk blijven.

Mogelijk nadeel: het eindbedrag staat niet vast. Deelnemers beslissen zelf hoeveel risico zij willen lopen, en daar hangt het beleggingsbeleid mee samen. Een alternatief dat soms wordt gekozen is dat van de inkoop van een nominaal pensioen. Het gegarandeerde pensioen biedt zekerheid, maar de beperking zit ‘m in het feit dat dat bedrag niet waardevast is.

“Hooguit kun je een prognose berekenen, maar de toekomst blijft onzeker.”

Passend product

Tussen argumenten van kostenbeheersing, voorspelbaarheid en nadelen en kansen voor de werknemer, vertegenwoordigd door sociale partijen, moet de werkgever nu op zoek naar het meest passende product.

Goede en duidelijke communicatie is daarbij cruciaal. Maar ook lastig, want de stelsels zijn eigenlijk onvergelijkbaar. Van der Loo: “Hooguit kun je voor een beschikbarepremieregeling een prognose berekenen, maar de toekomst blijft onzeker. Dus bewijs als werkgever maar eens wat de verschillen zijn.”

Een adviseur is daarom van veel waarde, zolang die een genuanceerd beeld geeft, aldus Van der Loo. Het beleggingsbeleid van de pensioenproducten moet zich duidelijk nog uitkristalliseren. “De eis is dat er ‘prudent’ belegd wordt. Maar het is verbazingwekkend hoeveel verschillende methodes pensioenaanbieders daarvoor blijken te hebben.

De mate waarin life cycles zijn vormgegeven, of het aantal beleggingscategorieën; het loopt sterk uiteen. Wie er gelijk krijgt, zal afhangen van het meetmoment. Een adviseur moet daar in elk geval goed naar kijken. En vooral geen absolute waarheid verkondigen.”