En toch heerst er over dit onderwerp veel onduidelijkheid en onwetendheid. Dat kan beter, vindt Martin Eshuis, pensioenadviseur van ten Hag pensioenadviseurs. Zeker nu het stelsel van gegarandeerde pensioenen in transitie is. Hoeveel weten werkgevers over hun pensioenregeling? Martin Eshuis windt er geen doekjes om: “Te vaak te weinig. Ze weten vooral dat ze er veel geld aan kwijt zijn, maar waarvoor precies, dat is ze lang niet altijd duidelijk. En ga je als werkgever nu het pensioencontract verlengen, dan zullen die kosten vanwege de lage rente en de toegenomen levensverwachting meestal met zeker twintig procent stijgen. Wil je als werkgever dezelfde lasten houden, dan moet je daarover dus met werknemers in gesprek.”

Meer praten
Na de werkgever is de OR de eerstvolgende gesprekspartner. “Of stel een pensioencommissie in”, adviseert Eshuis. “Iets doordrukken dat men niet ziet zitten, heeft geen enkele zin, dus je moet er open in zijn. In een adviestraject stel ik vaak als voorwaarde dat ik groepspresentaties ga geven aan het personeel. In een later stadium houd ik spreekuren, om ook over persoonlijke situaties te praten. En ik adviseer de werkgever dat het onderwerp pensioenen eens per jaar op de agenda blijft komen. Bijvoorbeeld naar aanleiding van actuele ontwikkelingen in de wetgeving.”
Eigenlijk is meer praten over pensioenen sowieso een goed idee, aldus de adviseur. “Het gaat bij pensioenen altijd over heel veel geld. Vertel er dan over, bijvoorbeeld ook bij sollicitaties, en zet het werkgeversdeel van de pensioenpremie op de loonstrook. Ik zie werknemers weleens van werkgever wisselen omdat ze elders 100 euro salaris per maand meer krijgen. Maar een betere pensioenregeling zal straks veel meer opleveren.”

“Vertel er over, ook bij sollicitaties, en zet het werkgeversdeel van de pensioenpremie op de loonstrook.

Scenario’s
Gegarandeerde pensioenen worden langzamerhand onbetaalbaar, maar Eshuis signaleert dat er steeds betere alternatieven op de markt verschijnen. “De beschikbarepremieregelingen, die meer risico’s voor de werknemer met zich meebrengen, stonden geruime tijd niet goed te boek. Ondernemingsraden zijn er huiverig voor. Maar tegenwoordig zijn die producten transparanter en ook de beleggingen zijn steeds beter doordacht. Er wordt steeds beter geanticipeerd op schommelingen in de rentes: bijvoorbeeld door het investeren van een percentage van de inleg in een fonds, waarvan de koers tegengesteld aan de rente beweegt.”

Risicospreiding is bovendien het idee van de zogenoemde life cycle-fondsen, die bij jonge werknemers meer risico nemen en dat verlagen als de pensioenleeftijd dichterbij komt. “Voor zo’n life cycle kun je verschillende scenario’s laten doorberekenen.” Dat niemand de toekomst kan voorspellen, ontkent Eshuis niet. “Die prognoses zijn gebaseerd op de wetenschap van dit moment, dat klopt. Maar dat geldt voor alle adviezen die je over pensioenen kan geven. Daarom is die eerlijke communicatie zo belangrijk.”