"Eigenlijk moet je ook op die manier omgaan met je eigen medewerkers.” Henk Prins, voorzitter van de Raad van Bestuur van Zorggroep Charim, is er van overtuigd dat plezier in het werk een positieve invloed heeft op jezelf, je collega’s, cliënten, je omgeving. Er is hem dan ook veel aan gelegen om te zorgen dat zijn medewerkers tevreden, maar ook gezond en vitaal zijn en blijven. “Dat gun je elk mens, in het bijzonder mijn medewerkers.”

Zorggroep Charim omvat verpleeghuizen, verzorgingshuizen en aanleunwoningen. Ruim veertienhonderd medewerkers zorgen dagelijks voor de cliënten die dat nodig hebben. Bijgestaan door nog eens 1700 vrijwilligers.

Onderzoek

“Een paar jaar geleden lag bij ons het ziekteverzuim rond de 9 procent. Inmiddels is dat gedaald naar zo’n 6 procent. Maar we zijn er nog lang niet. We houden nu elk jaar onder meer een medewerkerstevredenheidsonderzoek. En ik ben altijd weer heel nieuwsgierig naar wat daar uit komt. Mensen krijgen dan vragen als: heb je invloed op je werk, wat inspireert je, is er ruimte om opleidingen te volgen….? Dit soort zaken komen ook aan de orde tijdens functioneringsgesprekken.

"We stimuleren mensen zoveel mogelijk aan het werk te gaan en te blijven.”

De antwoorden die mensen geven, helpen ons om plannen te maken en dingen te verbeteren. Een deel van onze medewerkers is echt nog niet tevreden, zo blijkt. Een goeie indicatie dat er iets niet goed gaat, is dat bijvoorbeeld de opleidingsbudgetten niet op raken. Te weinig mensen maken dan gebruik van de mogelijkheid om opleidingen te volgen. Terwijl ik graag zou zien dat mensen goed opgeleid zijn en blijven.

Uit gesprekken met medewerkers blijkt bijvoorbeeld dat ze te weinig tijd hebben vanwege werk of privé. Daar moet je dan iets mee. En als uit gesprekken blijkt dat mensen niet geïnspireerd zijn of bijvoorbeeld last hebben van te veel regelgeving, dan vragen wij hen wat we kunnen verbeteren.”

Met die 6 procent ziekteverzuim is Prins nog lang niet tevreden. Hij is ervan overtuigd dat daar zeker nog 2 procent vanaf kan. “Ons beleid op het gebied van gezonde en fitte mensen mag zeker nog doorontwikkeld worden. Beleid rond leefstijl staat nog in de kinderschoenen, terwijl ik wel vind dat ook eigen verantwoordelijkheid steeds belangrijker wordt.

Bij gesprekken over ziekteverzuim, gaan we nu dan ook meer richting de vraag wat mensen zelf kunnen doen als ze ziek worden. Wij zeggen ‘ziekte overkomt je, verzuim is een keuze’. Met andere woorden: als je je been breekt, hoef je niet thuis te zitten, je kunt ook komen helpen in onze huiskamers bij activiteitenbegeleiding. Kortom, we stimuleren mensen zoveel mogelijk aan het werk te gaan en te blijven.”

Sport

Na de introductie van verzuimgesprekken, is het nu tijd voor individueel maatwerk, meent Prins. Zelf gaat hij twee keer per week naar een sportschool. “Fit zijn komt de kwaliteit van je werk ten goede. En sporten werkt verslavend, waardoor het langer vol te houden is. Mocht blijken dat onze mensen dat ook graag willen, dan zou ik met alle plezier de sportschool voor ze willen betalen.

Wat dat betreft verwacht ik veel van het simulatiemodel van IZZ, een heel handig middel om precies te weten te komen, waarin we de komende tijd moeten investeren. En als blijkt dat dat niet de sportschool is, maar meer voorlichting over voeding en gezond leven, of nog weer iets heel anders, dan is dat ook prima, zeker als zich dat op termijn weer terugbetaalt.”