Wibaut Jeurissen

Wibaut Jeurissen
Econometrist Financieel Economische Zaken UWV

Werkgevers zijn verplicht hun werknemers te verzekeren voor tijdelijk inkomen bij ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, verlof bij zwangerschap en adoptie.

Wibaut Jeurissen is econometrist bij de afdeling Financieel Economische Zaken van UWV. Hij vertelt meer over de voor- en nadelen. “In 2006 ontstond er door de invoering van de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) een hybride markt voor de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) waar werkgevers zich zowel bij UWV als bij een private partij konden verzekeren. Dat is een goede zaak; UWV en de verzekeraars houden elkaar scherp en de werkgever heeft optimale keuzevrijheid.”

Premiehoogte

De hybride marktwerking en de WIA draaien volgens Jeurissen allebei om het bevorderen van (re)integratie. “Een werknemer is in veel gevallen twee jaar ziek voordat UWV een beoordeling doet op arbeidsongeschiktheid. De werkgever betaalt het salaris voor zijn vaste personeel gedurende die tijd door.

Ook voor flexibel personeel maakt hij in deze periode kosten in de vorm van loondoorbetaling of Ziektewetpremie. Wat er met de zieke werknemer gebeurt in die eerste twee jaar, is belangrijk voor de kans op re-integratie in het arbeidsproces. Ook vergroot het de kans dat door een tijdige re-integratie een WGA-uitkering voorkomen wordt.”

Winstoogmerk

Jeurissen stelt dat UWV gemiddeld een aantrekkelijke premie vraagt voor verzekeringen in het ontslagstelsel. “Dat kan omdat wij geen winstoogmerk hebben.

Wat er met de zieke werknemer gebeurt in eerste twee jaar, is belangrijk voor de kans op re-integratie in het arbeidsproces.

Het is wel zo dat die premie oploopt als er aanspraak op wordt gemaakt. Bij commerciële verzekeraars ligt het gemiddelde premieniveau wat hoger en is de relatie tussen geleden schade en de te betalen premie voor de individuele werkgever minder sterk.

Zij kunnen echter wel extra voorwaarden stellen aan werkgevers en zijn ook niet verplicht elke werkgever een verzekering aan te bieden.”

Veranderingen in 2017

Op 1 januari 2017 zijn in het hybride stelsel van de WGA drie wijzigingen van kracht. “Er komt een samenvoeging van de verzekeringen WGA voor vaste én flexibele dienstverbanden. Werkgevers doen er goed aan een afweging te maken of zij zich voor het totale pakket (WGA-vast en –flex) verzekeren bij UWV, eigenrisicodrager worden of zich elders verzekeren.

Voor werkgevers die nu al eigenrisicodrager zijn voor de WGA-vast en dit voortzetten voor de gehele WGA, geldt dat zij lopende WGA-flexuitkeringen met een eerste ziektedag vóór 1 januari 2017 als staartlasten bij UWV mogen achterlaten.”

Nieuwe eigenrisicodragers mogen vanaf 1 januari 2017 zowel lopende WGA-flex als WGA-vast uitkeringen achterlaten bij het aangaan van het eigenrisicodragerschap. De derde verandering betreft werkgevers die na een periode van eigenrisicodragerschap terugkeren bij UWV.

Vanwege deze veranderingen is het goed is om te checken of de huidige verzekering nog wel ‘past’.

“Voor hen geldt een nieuwe terugkeerpremie. Voor deze werkgevers wordt bij de publieke premieberekening WGA ook rekening gehouden met WGA-uitkeringen uit het verleden. Ook als deze uitkeringen tijdens het eigenrisiodragerschap ontstaan zijn.

Vanwege deze veranderingen is het goed is om te checken of de huidige verzekering nog wel ‘past’. “Met de nieuwe mogelijkheden die verzekeraars bieden is het raadzaam om ook de mogelijkheden buiten UWV te onderzoeken. Werkgevers die eigenricodrager zijn en willen blijven moeten in ieder geval hun polis vernieuwen, omdat de WGA-flex verplicht meeverzekerd moet worden.”

Doel is re-integratie

Jeurissen stelt dat bovengenoemde wijzigingen worden ingevoerd in de hoop en verwachting dat de ‘markt’ tot rust komt en werkgevers keuzes maken voor langere tijd. “De wijzigingen zijn gericht op het kleiner maken van verschillen tussen publiek en privaat verzekeren en om onwenselijke premievoordelen voor de korte termijn weg te nemen.

Het biedt daarmee private verzekeraars de mogelijkheid om producten te ontwikkelen om de hele periode van maximaal 12 jaar ziekte en arbeidsongeschiktheid te verzekeren. Hiermee kan ziekteverzuim beter in de hand gehouden worden en arbeidsongeschiktheid mogelijk worden voorkomen. Hier liggen nu duidelijk nieuwe kansen voor verzekeraars om een verschil te maken.”