Tinka van Vuuren
Bijzonder hoogleraar Vitaliteitsmanagement Open Universiteit en senior consultant Loyalis

Dat Van Vuuren in 2010 voor één dag per week als bijzonder hoogleraar vitaliteitsmanagement werd benoemd is een gevolg van de vergrijzing in Nederland. Die zorgt voor een verhoogde aandacht voor het vitaal houden van de Nederlandse werknemers.

“In Nederland zijn we wel ver met vitaliteitsmanagement, maar in Finland lopen ze vijftien jaar op ons voor door de vergrijzing daar”, vertelt Van Vuuren, die promovendi op de Open Universiteit begeleidt en daarnaast werkt als bedrijfsadviseur bij Loyalis Kennis & Consult.

“Nu is de aanpak van duurzame inzetbaarheid van de werknemer in ons land teveel gericht op het ontzien van oudere werknemers. De werkgever realiseert zich onvoldoende dat meer doen belangrijk is, zeker met het komende tekort op de arbeidsmarkt.”

Praktijk

De tijd dat de brandweerman op 55-jarige leeftijd met pensioen ging is voorbij. Tegenwoordig wordt er gekeken of er geen tweede loopbaan gestart kan worden op die leeftijd. De brandweerman kan na zijn actieve carrière bijvoorbeeld inspectie doen naar de brandveiligheid van gebouwen en cafés.

“Vroeger ging een stratenmaker na zijn carrière zo in de WAO (oude WIA, red.). Dat kan tegenwoordig echt niet meer”, constateert Van Vuuren. “Nog steeds denken veel mensen dat vitaliteitsmanagement pas begint als een werknemer vijftig is. Maar dat is veel te laat, want dan kun je als werknemer al op een dood spoor zitten.

Wat je concreet als werkgever kunt doen om je werknemers blij en vitaal te houden? Ervoor zorgen dat de werknemer in een goede omgeving zit waar die zelfstandig kan werken en een gevoel heeft dat hij een betekenisvolle bijdrage levert en binding met zijn collega’s heeft.

Het draait erom mensen uit te dagen zich te blijven verbeteren en vernieuwen door onder andere opleidingen.

Vanuit Loyalis proberen we dat in organisaties voor elkaar te krijgen door te adviseren over taakroulatie, andere taken voor oudere medewerkers, in een vroeg stadium mensen prikkelen en na te denken over waar ze echt warm voor lopen in het werk. Het draait erom mensen uit te dagen zich te blijven verbeteren en vernieuwen door onder andere opleidingen. Het werk mag niet al te makkelijk zijn en onnodige bureaucratie moet verdwijnen.

Helaas blijkt uit een grootschalig onderzoek dat het ROA (Research Centre for Education and the Labour Market, red.) samen met ons heeft uitgevoerd dat de meeste werkgevers het onvoldoende belangrijk vinden om hier aandacht aan te schenken. Alleen academische ziekenhuizen nemen dit serieus, omdat hun personeel en de patiëntenpopulatie hard vergrijst.”

Aan de slag

Om de vitaliteit en het werkplezier van de werknemers op een hoog niveau te houden of krijgen, doet Van Vuuren onderzoek bij werkgevers. Werknemers vullen op internet een uitgebreide vragenlijst in over de werkomgeving, leefstijl, werkcultuur, het HRM-beleid en de balans tussen werk en privé. De werknemers krijgen individueel terugkoppeling en het bedrijf op organisatieniveau. Daarna kan het bedrijf hierop inspelen.

“Je gaat op afdelingsniveau aan de slag”, vertelt Van Vuuren. “Wat we met de resultaten van het onderzoek doen? Je maakt problemen bespreekbaar. Vaak blijkt dat mensen meer scholing willen, dat de samenwerking met collega’s te wensen over laat of een hoog aantal werknemers kampt met overgewicht. Dat moet je met elkaar bespreekbaar maken, hoe moeilijk dat soms ook is.

Uiteindelijk moeten werknemers ook de regie nemen over hun eigen gezondheid en werkleven. Mensen zijn gewend dat er voor ze wordt gezorgd, maar de tijd van achteroverleunen is tegenwoordig voorbij.”