Werkstress en burn-out hebben een grote impact op welzijn en prestaties van mensen en organisaties. “Daarom is het belangrijk dat er onderzoek wordt gedaan naar het voorkomen en oplossen”, aldus wetenschapper Jessica van Wingerden.

Van Wingerden is Directeur Research bij organisatiebureau Schouten & Nelissen en als wetenschapper verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze houdt zich bezig met vraagstukken over duurzaam, goed en gezond werken. “Mensen die langdurig blootgesteld worden aan werkstress lopen het risico om fysiek en mentaal uitgeput te raken.

Als mensen niet meer voldoende in staat zijn om te herstellen van die uitputting, dan ligt het risico van een burn-out op de loer.” Waar komt de groei van aandacht voor werkstress en burn-out vandaan? Volgens Van Wingerden is het een combinatie van factoren.

Voorkomen is écht beter dan genezen

“Er is in de media meer aandacht voor de maatschappelijke en economische impact van werkstress en burn-out. Hierdoor worden organisaties zich steeds bewuster van de noodzaak om te investeren in goed en gezond werken. Daarnaast zie je dat ook medewerkers vragen om goed en gezond werk en de grenzen van werkdruk en werkstress weer ter discussie durven te stellen.”

Onderzoek

Gelukkig is er steeds meer aandacht voor het terugdringen van werkstress en het voorkomen van burn-out. In onderzoek gaat veel aandacht uit naar wat een burn-out is en hoe het ontstaat. Er is meer onderzoek nodig naar de effectiviteit van interventies om een burn-out te voorkomen.

Maar ook naar de effectiviteit van interventies die gericht zijn op het herstel. “Als we meer inzicht krijgen in de werkende mechanismen, kan er gerichter gewerkt worden aan het voorkomen van een burn-out en aan duurzaam herstel. Het komt in de praktijk nu nog te veel voor dat mensen die van een burn-out hersteld zijn, op een later moment wederom in dezelfde situatie komen.”

Rol van organisaties

Organisaties spelen een grote rol in het voorkomen van een burn-out. “Organisaties moeten beseffen dat zij de wettelijke en morele plicht hebben om samen met hun medewerkers te zorgen voor een goede werkbalans. Het faciliteren van goede en gezonde werkomstandigheden is geen luxe, maar een must. Dat moet je als organisatie niet zozeer willen vanwege de wettelijke kaders, maar juist omdat het de medewerkers zijn die het verschil in je bedrijf maken.”

Leidinggevenden in organisaties hebben direct invloed op werkomstandigheden en daarmee op duurzaam, goed en gezond werk. “Geef je medewerkers bijvoorbeeld ondersteuning in het werk, mogelijkheden om zich te ontwikkelen, beslissingsvrijheid en duidelijkheid over hun rol? Alleen als je als leidinggevende je medewerkers ziet en kent, ben je in staat om hen aan te reiken wat zij nodig hebben om een goede balans te ervaren. Maar het zorgt er ook voor dat je in staat bent om te zien wanneer er iets mis is. Dan kun je vanuit de dialoog samen op zoek naar oplossingen, in plaats van achteraf als iemand is uitgevallen een verzuimgesprek te voeren.”

Zelfregie en reflectie

Medewerkers hebben zelf ook een belangrijke rol in het beperken van werkstress en het voorkomen van een burn-out. Dat vraagt zowel om zelfregie als reflectie. “Stel jezelf regelmatig de vraag hoeveel energie je van het werk krijgt en of je het werk thuis ook los kunt laten. Zowel het krijgen van energie in het werk als het kunnen loslaten ervan zijn van belang voor een gezonde werkbalans.

Heb je het gevoel dat er onvoldoende balans is, ga dan het gesprek aan met collega’s en leidinggevenden. Maar stel ook jezelf de vraag: wat kan ik veranderen voor een betere balans en hoe creëer ik meer gelegenheid om mijn persoonlijke accu op te laden? Als je vanuit deze reflectie start, neem je het heft in eigen hand. Dit is een grote stap in het voorkomen van een burn-out. En voorkomen is écht beter dan genezen.”