Wim Kooijman
Voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling (NVP) en directeur P&O van KLM

Maar het heeft ook nadelen: er is minder grip op de activiteiten en resultaten in het betreffende land, en op de betrokkenheid, motivatie en focus van de lokale partij. Bedrijven die internationaal (gaan) werken kunnen daarom het beste kiezen voor eigen personeel. De afweging die hierbij echter gemaakt dient te worden is: nemen we lokale mensen in dienst, of stellen we daar ons eigen personeel aan als expat?

Verschillende bedrijven maken daarin verschillende afwegingen, weet Wim Kooijman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling (NVP) en directeur p&o van KLM. “Bijvoorbeeld Air France, de zustermaatschappij van KLM, werkt meer met expats dan wij vanuit Nederland doen. Dat heeft te maken met taal en cultuur.”

Barrières

De belangrijkste aandachtspunten en tegelijkertijd barrières in export en internationale werving en selectie zijn de verschillen in taal, cultuur en wetgeving. Een voordeel van het aannemen van lokale werknemers is dat die de taal spreken en de plaatselijke markt kennen. Dat speelt zelfs als het exportland niet ver weg is, verduidelijkt Kooijman.

“Ik heb zelf veel in Duitsland gewerkt. Dan denk je misschien: die Duitsers kennen we wel. Maar zelfs daar zijn cultuurelementen die je moet leren. Of kijk naar Engeland. Als een Engelsman tegen je zegt dat iets een ‘jolly good idea’ is, denk je misschien dat hij enthousiast is. Maar hij bedoelt dan eigenlijk dat het niks is. Dat soort dingen weet je alleen als je het land kent.”

Je moet echt hulp hebben van een partij in het andere land, die bijvoorbeeld de regels rond arbeidsrecht kent.

Hetzelfde geldt voor de marktbenadering en marketingcommunicatie. Vaak is dat elders net wat anders dan in Nederland, waardoor klakkeloos ‘kopiëren en plakken’ vanuit de Nederlandse situatie niet werkt. Ook is kennis nodig van de plaatselijke regels en gebruiken, stelt Kooijman. “Bijvoorbeeld in China kun je niet zo maar personeel inhuren. Dat gaat altijd via de overheid. Daarom is het, zeker voor bedrijven die elders net starten, goed om een recruitment bureau in de arm te nemen.

Je moet echt hulp hebben van een partij in het andere land, die bijvoorbeeld de regels rond arbeidsrecht kent. Je kunt er vanuit Nederland wel een persoon naar toe sturen, maar als je daar groeit en bijvoorbeeld lonen aan lokale werknemers moet gaan uitbetalen, werkt dat niet meer. Zo vliegt de KLM op China, dus moeten we daar allerlei mensen hebben. Technici, logistiek personeel, mensen voor kaartverkoop, enzovoort. Dan wordt het een stuk complexer.”

Advies vragen

Het vraagt wel tijd en aandacht om exportactiviteiten te starten. De ondernemer doet er goed aan om zich te verdiepen in het betreffende land en om in het moederbedrijf een kwartiermaker aan te stellen, die naar de nieuwe markt kan kijken.

Kooijman: “Het helpt natuurlijk als je in het buitenland lokale contacten hebt, die weten hoe alles werkt. Je kunt ook een Nederlandse ondernemer zoeken die daar al zit en hem om advies vragen, bijvoorbeeld via de NVP. Dat kan helpen om alle valkuilen te vermijden. Van daaruit gaat het dan stap voor stap verder.”