Sjoerd van Keulen
Voorzitter van het Holland Financial Centre (HFC) in Amsterdam

Tegelijk zullen meer buitenlandse bedrijven onze kant op komen. Buitenlandse investeerders zijn een belangrijke bron van werkgelegenheid en met hun uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling tevens een belangrijke aanjager van innovatie. De overheid wil daarom de positie van Nederland als aantrekkelijk hoofdkwartier van internationaal opererende bedrijven verder uitbouwen.

Sjoerd van Keulen, voorzitter van het Holland Financial Centre, schreef in 2011 een advies om het investeringsklimaat van Nederland te verbeteren. “Dat advies is overgenomen door het huidige kabinet. Ik hoop dat de plannen ook na de komende verkiezingen overeind blijven.”

Stimuleren

Eerder dit jaar was Van Keulen samen met onder anderen de Amsterdamse burgemeester Van der Laan op handelsmissie in India. Doel was om Indiase bedrijven te stimuleren om zich in Nederland te vestigen. India is een goed voorbeeld van een groeiende economie.

Van Keulen: “Vroeger vond dat land het grote aantal inwoners als grootste zwakte. Maar nu ziet men het als grootste kracht. Veel mensen betekent immers ook veel talent. En bovendien veel concurrentie, waardoor mensen tot grotere prestaties komen. In India is vooral veel talent voor zakendoen en voor beta-vakken en ICT.”

Die omslag is in India nu aan de gang. Het land is op zoek naar nieuwe markten voor hun producten. Met name Europa is daarbij belangrijk. Men kijkt naar ons met een ruime blik, weet Van Keulen.

“Europa wordt gezien als één continent. Nederland kan zich daarbinnen positioneren als gateway naar andere Europese landen. We hebben immers een centrale positie en je reist vanaf hier makkelijk en snel naar veel andere plaatsen in Europa. Wij zijn bovendien sterk in logistiek, invoer en doorvoer, en bovendien in digitalisering. Dat zijn voor buitenlandse bedrijven aantrekkelijke factoren om zich hier te vestigen met een Nederlands kantoor.”

Je bent weliswaar concurrent van elkaar, maar tegelijk breng je kennis bij elkaar.

Win-win

Nederland heeft dus een aantal pluspunten waarvan we kunnen profiteren. Toch is er meer nodig dan een charme-offensief om buitenlandse bedrijven deze kant op de krijgen. In India is men namelijk zeer zakelijk, heeft Van Keulen ervaren. “Er moet een duidelijke win-winsituatie zijn. We waren in India bijvoorbeeld in gesprek met een softwaregigant die in India een eigen campus heeft. Dat bedrijf overweegt nu ook een campus in Europa, en men denkt aan Amsterdam. Uit puur zakelijke overwegingen.”

Maar betekent dat geen concurrentie voor onze eigen campussen, bijvoorbeeld in Twente en bij Eindhoven? Van Keulen denkt van niet: “Je ziet steeds meer samenwerking tussen wetenschappelijke centra en ook clustering van bedrijven. Je bent weliswaar concurrent van elkaar, maar tegelijk breng je kennis bij elkaar. Ik vind concurrentie geen argument om nee te zeggen tegen nieuwe partijen.”

Bij het leggen van contacten met buitenlandse investeerders is een gedegen voorbereiding wel een vereiste, vindt Van Keulen. “De Netherlands Foreign Investment Agency, een onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, doet veel voorwerk. Ook de gemeente Amsterdam had voor de handelsmissie veel huiswerk gedaan. Het is echt nodig om vooraf goed te weten wat je wilt.”