Leendert-Jan Visser
Directeur van MKB-Nederland

Nederland is klein, maar wel de 18e economie van de wereld. De internationale handel vanuit Nederland neemt qua volume toe, maar ons marktaandeel daarentegen groeit niet, vertelt Visser. “Een aantal landen, zoals Duitsland en Engeland, is ons wat betreft marktaandeel aan het inhalen. Daar moeten we wel alert op zijn. Het gaat goed met de internationale handel van Nederland, maar het kan nog beter.”

Digitale tijdperk

Het aandeel mkb-bedrijven dat exporteert ligt rond 10% en neemt de laatste jaren toe. Mkb-bedrijven (ook als onderdeel van grotere moederbedrijven) zijn goed voor ongeveer 60% van de waarde van door Nederland uitgevoerde producten. “Uit onderzoeken van de afgelopen jaren blijkt dat het onbenutte exportpotentieel nog zo’n veertig miljard euro bedraagt. Dat is een potentieel wat het bedrijfsleven, en dan vooral het mkb, nog in het buitenland kan omzetten.”

Voor bedrijven een stuk makkelijker om internationaal handel te drijven

In dit digitale tijdperk is het voor bedrijven een stuk makkelijker om internationaal handel te drijven. Informatie is snel gevonden en uitgewisseld en contacten zijn snel gelegd. “Ik denk dat het potentieel daardoor nog verder zal toenemen”, vertelt Visser. “De afgelopen jaren doen bijvoorbeeld de muziek-, media- en gamingsectoren het erg goed in het buitenland. Dat zijn bij uitstek digitale sectoren. Ook daarin is het mkb al goed vertegenwoordigd. Ik ken bijvoorbeeld een bedrijf dat tunes maakt voor televisieproducties. Die gaan de hele wereld over.”

Succesvol

Toch is het mkb volgens Visser nog vooral gericht op naburige landen zoals Duitsland, Frankrijk en Vlaanderen. Maar ook daarbuiten is nog veel te halen. “Dat lijkt misschien ingewikkeld, maar mkb-ondernemers die hier ervaring mee hebben en al zakendoen met bijvoorbeeld Amerika en Azië, laten zien dat zij daarin succesvol zijn. Ik denk dat vooral onbekendheid met andere landen een drempel is voor kleinere bedrijven om buiten Europa zaken te gaan doen. En daarnaast kan de ondersteuning beter.”

Nederland heeft weliswaar traditioneel een sterke positie in het buitenland, maar dat heeft ook een andere kant. Visser legt uit: “Onze buitenlandse positie en belangen zijn erg versnipperd. Zo heeft ieder ministerie een eigen internationale tak. Ook de private kant is zo georganiseerd. Als we ons in het buitenland presenteren, staat vaak het podium vol met organisaties die Nederland vertegenwoordigen. Dat is natuurlijk prima, maar een sterke samenhang ontbreekt soms. Het zou goed zijn als we onze marketing wat slimmer aanpakken, zoals dat bijvoorbeeld ook in het Verenigd Koninkrijk gebeurt.”

Ambassades

Ondernemers die zich oriënteren op nieuwe buitenlandse markten, zoeken vooral naar informatie over landen, naar ondersteuning in de financiering en naar aansluiting bij een betrouwbaar netwerk in een nieuw land. Visser: “In bijvoorbeeld China is de overheid erg dominant. Daar is het echt zoeken naar manieren om goed zaken te doen en betrouwbare partners te vinden.

Collega-ondernemers en grotere ondernemingen die daar al gevestigd zijn, kunnen daar een belangrijke rol in vervullen. En zeker ook de ambassades. Dit kabinet heeft al een economische prioriteit meegegeven aan ambassades, maar het zou goed zijn als daar nog meer in geïnvesteerd wordt door middel van meer capaciteit. In landen waar de overheid dominant is, heb je overheidstoestemming nodig om zaken te mogen doen. Dan heb je als ondernemer een ambassade echt nodig.”

Veel grote wereldspelers stellen hun netwerk graag beschikbaar aan mkb-bedrijven

Ondernemers zijn ook geneigd om elkaar te helpen, weet Visser. Veel grote wereldspelers stellen hun netwerk graag beschikbaar aan mkb-bedrijven. “Dan heb je als nieuwkomer dus meteen een netwerk te pakken. Daarnaast heeft MKB-Nederland samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken de app NL Exporteert gemaakt, met heel veel tips en informatie.

De app brengt veel informatie samen, zodat ondernemers daarvoor niet meer langs allerlei aparte loketten hoeven. Daarnaast zijn we, eveneens met het ministerie plus ING en KLM, het Oranje Handelsmissiefonds gestart. Daarmee bieden we netwerken aan om exportkansen te vergroten en helpen jaarlijks tien bedrijven uit het mkb met het realiseren van hun internationale ambities.”

Betere matching

Ook handelsmissies, onder aanvoering van bijvoorbeeld de koning of de premier, zijn een goede mogelijkheid om nieuwe markten te verkennen en contacten te leggen. Toch is ook daarin nog verbetering mogelijk, verklaart Visser. “We kunnen zorgen voor een betere matching tijdens zo’n missie, met name voor de vele mkb-ondernemers. Ook na de missie kunnen we nog veel meer kansen benutten. Als we het mkb goed ondersteunen, vanuit de overheid én het bedrijfsleven, kunnen ondernemers nog meer succes hebben over de grenzen.”