Siemons, algemeen directeur van het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering (NCH), meent dat veel mkb’ers het potentieel over de grens onvoldoende benutten. “Het midden- en kleinbedrijf beslaat meer dan 90 procent van alle bedrijven maar slechts acht procent onderneemt internationaal. Zeker bedrijven in bepaalde sectoren kunnen zich uit de crisis werken door internationaal te gaan, zoals kassenbouwers.

In landen als China, Indonesië, Vietnam en India is nog een groeipotentie en zijn we nog niet zo sterk.” De algemeen directeur denkt dat er nog te weinig bekend is over internationaal ondernemen en dat Nederlandse mkb’ers meer en beter dienen te worden ondersteund.

Praktisch advies

“Dagelijks informeren we bedrijven over marktkansen. In hoge volumemarkten, zoals de VS, India, China, Rusland, Brazilië en Indonesië maar ook op locaties waar de poorten dreigen open te gaan. Denk aan Myanmar en Cuba, daar moet je gewoon al zitten. Voor een grote groep ondernemers zijn er ook kansen in Turkije, Marokko en Suriname omdat er vele Nederlanders zijn met voorouders uit deze landen en zij een voorsprong kunnen hebben.

Daarnaast benutten we bepaalde gebieden in Europa niet genoeg. Daarom zetten we met de 35 NCH-landenkamers in op matchmaking en praktische advisering van Nederlandse mkb-bedrijven. Zo brengen we met de Europe- Council tijdens de WereldExpo van 2015 in Milaan zes maanden lang Nederlandse bedrijven in contact met buitenlandse ondernemingen uit vijf van de negen topsectoren.”

Om kansen te kunnen grijpen moet de mkb’er aan zekere eisen voldoen. “Inzicht hebben in wat de markt vraagt, wie goede lokale partners zijn en realistisch zijn is heel belangrijk. Internationaal zakendoen vereist ambitie, een langetermijnfocus en goed risicomanagement”, zegt Siemons.