Kamal Afarmach
Kamal Afarmach
Business development coach bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Kamal Afarmach is business development coach bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hij adviseert in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Handel Nederlandse bedrijven die interesse hebben om in het buitenland actief te worden.

Taiwan zit in zijn portefeuille en is volgens hem heel interessant voor Nederlandse bedrijven.

“Onze ondernemers die er al zitten, doen het goed”, vertelt Afarmach. “Het land is westers georiënteerd door de invloeden van Japan en de VS. De zakencultuur is volwassen en het land biedt voldoende mogelijkheden.

Bovendien kan Taiwan zich heel goed identificeren met Nederland. Het gevecht tegen water, het ongeveer gelijke aantal inwoners en de oppervlakte is vergelijkbaar. Dat maakt het voor Nederlandse bedrijven overzichtelijk.”

Belangrijke hub

Gemeten naar het bnp is Taiwan de 25e economie van de wereld. De Taiwanese economie raakt steeds meer verbonden met die van China. Beide partijen tekenden het Economic Cooperation Framework Agreement (ECFA).

Dit leidde tot tariefverlagingen voor meer dan 500 Taiwanese producten. Afarmach: “Dat maakt het voor bedrijven ook aantrekkelijk om via Taiwan naar China te gaan. Taiwan is ook een goede hub om andere markten in Azië te betreden.”

Innovatieve mogelijkheden

Taiwan wil van een maakindustrie overgaan naar een industrie gedreven door leiderschap in technologie en toegevoegde waarde. Afarmach: “Dit biedt veel kansen voor internationale samenwerking op het gebied van handel, wetenschap, technologie en R&D.

Voor het Nederlandse bedrijfsleven zijn er vooral innovatieve (niche-) mogelijkheden in verschillende sectoren, zoals biotechnologie, groene energie, Smart Cities, agriculture, watermanagement en Photonica. In die sectoren pompt de Taiwanese overheid ook veel geld en kunnen we met onze kennis en kunde een belangrijke rol spelen.”

Economische vooruitzichten

Hoe zijn de economische vooruitzichten? “Na jaren van stagnatie is de groei er weer, enigszins vergelijkbaar met Nederland. Taiwan is open en bestaat voor het overgrote deel uit familiebedrijven. Daar heeft de overheid geen grote vinger in de pap. Het land is ook veel minder bureaucratisch dan China, zodat je sneller tot zaken komt.

Je hoort altijd dat je als Nederlandse ondernemer niet te direct moet zijn, maar in de praktijk valt dat mee. Ze zijn westers georiënteerd en hoogopgeleiden hebben vaak gestudeerd in de VS. Taiwanezen willen niet voor het blok worden gezet en waarderen het als je enigszins bescheiden bent.

Maar ze realiseren zich ook heel goed dat ze met een westers bedrijf te maken hebben en herkennen een goed product. Als ze echt geïnteresseerd zijn, stellen ze al snel vragen over de prijs, waardoor het in Taiwan snel kan gaan. Ook dat is een belangrijk verschil met China.”

Goede voorbereiding

Als Nederlands bedrijf is het lastig om alleen je weg te vinden. “Daarom is het aan te raden om een lokale zakenpartner te zoeken” vervolgt Afarmach. “Die is bekend met de wet- en regelgeving, heeft de netwerken en spreekt de taal. Je moet denken aan agenten of distributeurs, maar ook aan productiepartners.

RVO kan een rol spelen bij het vinden van de juiste partner. Net als bij andere zaken die onderdeel zijn van een goede voorbereiding. In Taiwan zetelt het Nederlandse Handels- en Investeringsbureau (NTIO). Dat is de formele vertegenwoordiging van de Nederlandse regering in Taiwan.

Het bureau bevordert en ondersteunt de samenwerking tussen Taiwanese en Nederlandse instellingen en bedrijven op de gebieden als handel, wetenschap en technologie. Bij RVO kun je altijd terecht voor eerstelijns advies en informatie. We beantwoorden bijvoorbeeld vragen over wet- en regelgeving en belastingen.

Daarnaast hebben we verschillende regelingen en programma’s voor bedrijven. Verder organiseren we ook regelmatig bijeenkomsten, waarbij bedrijven uit verschillende landen elkaar kunnen treffen. We organiseren rond de vijftien tot twintig handelsmissies per jaar.”