Stephen Brunner
Stephen Brunner
International Tax Partner Deloitte

“De uitdaging voor veel bedrijven ligt bij de administratieve lasten die bij zo’n stap komen kijken, niet bij het te betalen belastingbedrag”, legt Stephen Brunner, International Tax Partner bij Deloitte, uit. Brunner is in zijn rol betrokken bij de fiscale advisering van internationale bedrijven. Daarnaast is hij ook Clients & Market Leader voor Deloitte Tax en bestuurslid van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs.

“De eerste vraag die men zichzelf moet stellen als we het hebben over ondernemen in het buitenland is hoe je jouw bedrijf in het buitenland gaat organiseren”, vertelt hij. “Eigenlijk zijn er drie mogelijkheden. Je kunt je als bedrijf volledig fiscaal registreren op de buitenlandse locatie door middel van bijvoorbeeld een dochteronderneming. Dit is de meest veilige optie. Ook kun je ervoor kiezen je handel klein te houden zodat een registratie lokaal niet vereist is, of je kiest voor een samenwerking met een lokale
partner.”

Voor- en nadelen

Aan alle opties kleven uiteraard wel voor- en nadelen legt Brunner uit. “De eerste optie waarbij alles uitgebreid wordt geregistreerd is tamelijk duur en omslachtig door de tijd die er in administratie gaat zitten. Aan de tweede optie kleeft, ondanks dat het goedkoop is, een hoog risico op boetes en naheffingen als de handel toch groter blijkt dan vooraf ingecalculeerd.

Kansen en riscio’s hangen bovendien vaak samen met het land waarin men wil gaan ondernemen.

Toch kiezen veel bedrijven hiervoor in verband met de lage administratieve lasten. De derde optie kan, hoewel hij ook ontzorgt, uiteindelijk juist resulteren in een hogere kostenpost door de vergoeding die een lokale partner kan vragen.” Kansen en riscio’s hangen bovendien vaak samen met het land waarin men wil gaan ondernemen.

Brunner: “Je ziet dat er steeds meer nieuwe regels komen waardoor het noodzakelijk wordt je in het buitenland eerder te registreren. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), probeert hier zoveel mogelijk één lijn in te trekken, maar in landen als bijvoorbeeld China, Rusland of India blijft dat lastig omdat zij hun eigen regels toepassen.”

Ook wordt de huidige fiscale marge die moet worden afgedragen niet meer geaccepteerd. Als voorbeeld noemt Brunner China. “Veel bedrijven laten hun producten tegen een kleine vergoeding in China maken voordat zij het invoeren in Europa. Die marge wordt steeds minder vaak geaccepteerd door de Chinese overheid waardoor er meer en meer geld moet worden afgedragen.

Een andere consequentie van een niet eenduidig belastingbeleid, is de ontwikkeling dat men als bedrijf dubbel moet afdragen: zowel in Nederland als in het andere land. Het blijft, ook in de toekomst, een uitdaging om hiermee om te gaan. Al zie je dat het in India de goede kant op gaat omdat zij steeds meer gaan inzien dat buitenlandse investeringen goed zijn voor de lokale economie.”

Nieuwe ontwikkelingen

Ook nieuwe businessmodellen van bedrijven zorgen voor nieuwe uitdagingen in het fiscale landschap. “Door de opkomst van bijvoorbeeld cloudservices wordt lokale aanwezigheid minder belangrijk. Hierdoor is het niet meer noodzakelijk om fysiek in een land aanwezig te zijn; de zaken kunnen immers voor een groot deel online worden geregeld.

Maar wie wordt waar belast? Je ziet dat dat een probleem is waar veel landen op dit moment tegenaan lopen; hoe gaan we om met de digitale economie? Om een voorbeeld te geven: een klant van mij heeft een nieuwe applicatie bedacht. Hij woont in Spanje, terwijl zijn partner vanuit Zweden werkt en hun klanten over de hele wereld verspreid zitten. De applicatie is volledig online ontwikkeld.

Dan moet je jezelf de vraag stellen: Kies je ervoor om belasting te heffen in het land waar het product geconsumeerd wordt, of belast je het bedrijf op de plek waar de waarde is gecreëerd, waar de ideeën zijn bedacht? De huidige lijn gaat uit van belastingheffing op de plek waar de waarde wordt gecreëerd. Maar de discussie over een eenduidige oplossing zal nog een aantal jaren in beslag nemen omdat ieder land toch met name kijkt naar de impact op hun eigen economie.” Wil je als Nederlandse ondernemer doorgroeien dan moet je naar het buitenland.”

Handelsklimaat

In de nieuwe economie blijken de mogelijkheden groot, maar het Nederlandse belastingklimaat is ook zo slecht nog niet. Brunner:  “Van oudsher hebben we hier een regelgeving die internationaal zakendoen faciliteert. Een florisserend handelsklimaat is immers een goede manier om als kleine economie te overleven tussen de reuzen.

Neem de BTW. Een klant kan in Italië zomaar zes maanden wachten voordat hij dit terugkrijgt van de belastingdienst. Je kunt je voorstellen dat dit voor bedrijven met een kleine marge funest kan zijn. Hier in Nederland weten ondernemers doorgaans goed waar ze aan toe zijn omdat alles relatief goed en overzichtelijk geregeld is.

Hoewel we hier vaak uitgebreid klagen, blijken fiscale zaken het in het buitenland vaak nog onoverzichtelijker.

Op de Zuidas in Amsterdam is er bijvoorbeeld de mogelijkheid voor expats om op één locatie in een keer al hun zaken te regelen; inschrijven bij de gemeente, bij de belastingdienst, etcetera. Mijn klanten zijn hier er erg enthousiast over. Hoewel we hier vaak uitgebreid klagen, blijken fiscale zaken het in het buitenland vaak nog onoverzichtelijker. Uit onderzoek van Deloitte naar de aantrekkelijkheid van BTW-afdracht in Europa, scoort Nederland het beste.”

Maar wat als je als ondernemer de internationale sprong wilt wagen? “De heilige graal is wat mij betreft het aangaan van partnerships”, vertelt Brunner. “Wat administratieve rompslomp betreft verwacht ik niet dat het de komende jaren in veel landen makkelijker zal worden.

Daar tegenover staat dat je als gevolg van de digitalisering van zakelijk verkeer sterker staat als je ook online samenwerkt met lokale partners zodat je van elkaars kennis en netwerk kunt profiteren. Uitdagingen zijn er zeker, maar de voordelen van ondernemen in het buitenland wegen nog altijd veel zwaarder dan de nadelen.”

Scoren op BTW
 

Op fiscaal gebied blijkt Nederland goed te scoren op het gebied van BTW, zo blijkt uit onderzoek van Deloitte. In het buitenland blijkt aangifte vaak complex te zijn omdat je bijvoorbeeld in de lokale taal aangifte moet doen (Bulgarije, Griekenland), of omdat je heel lang moet wachten voordat je BTW terugkrijgt.

 

De 5 meest aantrekkelijke landen op het gebied van BTW:

1. Nederland

2. België

3. Finland

4. Oostenrijk

5. Denemarken

 


De 5 minst aantrekkelijke landen op het gebied van BTW:

1. Slowakije

2. Griekenland

3. Portugal

4. Bulgarije

5. Malta