De ziekte is onder controle en de landen (Liberia, Sierra Leone en Guinee) staan open voor business. Ambassadeur in Ghana Hans Docter was speciaal gezant ebola voor Nederland.

Wat maakt de ebolalanden aantrekkelijk voor Nederlandse ondernemers?

“Ons motto is nog steeds: isoleer ebola, niet de landen. We hebben met elkaar de ziekte onder de knie, ook al duikt er hier en daar nog een patiënt op. Nu investeren betekent straks meer werk, betere infrastructuur en een sterkere gezondheidszorg. Dat helpt een eventuele volgende epidemie te voorkomen. Voor ebola ging het heel goed met deze landen.

Sierra Leone was in 2013 de snelst groeiende economie ter wereld, vooral door een sterke landbouw en mijnbouwsector. Dat leidde tot meer consumptie. Nederland heeft een heel goede naam in Liberia en Sierra Leone. Daardoor kijken ze eerder naar Nederlandse ondernemers. Nederland organiseerde als eerste land een handelsmissie onder leiding van minister Ploumen naar deze landen toen het ergste van de ebolacrisis voorbij was.

In de jaren 70 van de vorige eeuw waren veel Nederlandse bedrijven actief in bijvoorbeeld ijzererts en hout in Liberia. Een andere positieve factor is dat er goede vaarverbindingen zijn met Nederland. Dat maakt het relatief goedkoop om goederen naar deze landen te exporteren.”

“De regio heeft een enorm groeipotentieel. Ze produceren weinig zelf, dus veel consumptiegoederen worden (nog) geïmporteerd."

Welke sectoren bieden de meeste kansen?

“De regio heeft een enorm groeipotentieel. Ze produceren weinig zelf, dus veel consumptiegoederen worden (nog) geïmporteerd. Onze export naar de West-Afrikaanse regio is nu al net zo groot als naar Brazilië. Die volumes nemen alleen nog maar toe. Tegelijkertijd zijn ze geïnteresseerd in bijvoorbeeld voedselbewerking, pluimvee en nieuwe software. De mogelijkheden zijn dus heel breed.

Logistiek is er ook veel te doen. De haven van Freetown heeft een samenwerkingsverband met de haven van Amsterdam. Onlangs kocht een Nederlands bedrijf er een oude scheepswerf, die volledig werd opgeknapt. Dit is nu de enige werf langs 1.000 kilometer West-Afrikaanse kunst waar je schepen kunt laten repareren. Een mooi project, ook financieel gesteund door de Nederlandse overheid.

De gezondheidszorg is natuurlijk ook belangrijk. Wij vinden het belangrijk dar er kleine, betaalbare en commercieel gerunde klinieken komen. Die blijken in de praktijk duurzaam te zijn. Ze worden soms opgericht met Nederlands geld, vaker met Nederlandse expertise. Je moet wel wat hebben met dit soort landen, maar als dat zo is, kun je heel goede zaken doen.”

Waarmee moeten Nederlandse ondernemers rekening houden in de ebolalanden?

“Deze landen zijn lang van de wereld afgesloten geweest. Er is weinig infrastructuur en een laag opleidingsniveau. In Sierra Leone is 65 procent van de bevolking analfabeet. Je moet goed weten waar je aan begint. Het vergt een flinke investering en een behoorlijk portie sociaal gevoel.

We helpen ondernemers met het zakendoen. We adviseren ze over hoe ze om moeten gaan met problemen, introduceren ze bij lokale ondernemers, staan ze bij met juridisch advies en we hebben de middelen om financieel te kunnen helpen. Je wordt in de hele regio met open armen ontvangen. Men is ook best bereid om snel overeenkomsten te sluiten; de problemen komen vaak daarna. Bij de uitvoering moet je dus een lange adem hebben.”