Kevin Daly
Portfoliomanager voor de opkomende markten bij Aberdeen Asset Management

Dat doet veel beleggers denken aan de situatie van opkomende markten in de jaren tachtig. De emerging markets kenden hoge financieringskosten, hoge schulden en beperkte groeimogelijkheden: een onhoudbare situatie. Maar dit beeld is niet meer van vandaag.

Dat zegt Kevin Daly, portfoliomanager voor de opkomende markten bij de internationale vermogensbeheerder Aberdeen Asset Management.  “De schuldgraden van opkomende markten zijn de afgelopen tien jaar dalend en volgens de vooruitzichten van het IMF zakken ze nog verder in de komende jaren”, zegt hij.

“De schuldemissies van deze markten zijn daarom aantrekkelijker geworden, met een rendement van ongeveer 5,3 procent op externe schuld en 6,3 procent  op lokale valutaschuld. Ze zouden bovendien aantrekkelijk moeten blíjven in een ‘lower for longer’-klimaat.”

De rollen zijn omgekeerd

Al een jaar of tien worden Brazilië, Rusland, India en China (de BRIC-landen) genoemd als voorbeelden van de verschuiving van economische kracht. Ook landen als Mexico, Turkije en Indonesië gelden als rijzende sterren. Uit recent onderzoek blijkt echter dat beleggers mogelijke schaduwzijden van beleggen in opkomende markten veel te zwaar inschatten.

Onterecht, vinden de onderzoekers, die wijzen op de versterkte instituties in opkomende landen. Er is wellicht een (prima af te dekken) valutarisico, maar ook de wisselkoers tussen de dollar en euro is momenteel behoorlijk volatiel.

Tegenover de gunstige omstandigheden in opkomende landen staat de sterk verslechterde situatie in de ontwikkelde wereld, zo voegt vermogensbeheerder Daly daaraan toe. De schulden, de fiscale vooruitzichten en de groeiperspectieven houden de gemoederen aan deze kant van de wereld flink bezig. “De negatieve gevolgen van de situatie in de Verenigde Staten en in Europa zullen de kredietwaardigheid beïnvloeden.

De rollen zijn als het ware omgekeerd: waar het een decennium geleden nog de opkomende wereld was die met zulke uitdagingen werd geconfronteerd, geldt dat nu voor de ontwikkelde landen. De moeilijkheden in de eurozone zullen leiden tot stijgende interestvoeten. De wil tot betalen valt in de ontwikkelde wereld niet te betwijfelen, maar de capaciteit daarvoor zal in de komende jaren verder verslechteren.”

China’s rol als een van de aandrijvers van globale groei kan niet onderschat worden.

China kan een verkoudheid hebben

De vermogensbeheerder ontkent niet dat er ook een zeker risico bestaat voor de opkomende landen, dat het succesverhaal zou kunnen afremmen. “Bijvoorbeeld de gevreesde harde landing van China’s robuuste groeipad, dat is een gebeurtenis die velen hebben aangehaald als een van de grootste risico’s voor de globale economie.” De gevolgen hiervan zullen groot zijn, gezien de onderlinge verbondenheid binnen de globale markt.

Daly weet dit risico echter te relativeren. “Het aloude gezegde: ‘The US sneezes and the rest of the world catches a cold’ mag dan een waarheid als een koe zijn, China’s rol als een van de aandrijvers van globale groei kan niet onderschat worden.

“Ondanks het feit dat we het erover eens zijn dat het harde landingsscenario – een BNP-groei van minder dan 6 of 7 procent– het grootste risico is voor opkomende markten, denken we dat een zachte landing meer waarschijnlijk is. Dat wordt ondersteund door de meest recente data, die een meer gematigde daling aantonen.”

Geen twijfel: opkomende markten zijn solvabel

En dus zal er volgens Daly meer dan een tijdelijke daling in de Chinese groei nodig zijn om de huidige financiële tendens te verstoren. “De Chinese autoriteiten zullen hoogstwaarschijnlijk op een scherpere slowdown reageren met een combinatie van maatregelen: versoepeling van het monetaire én fiscale beleid. Al kan dat laatste niet meer op dezelfde schaal als de steun die de banken kregen in de crisis van 2008.”

“De Chinese autoriteiten zullen hoogstwaarschijnlijk op een scherpere slowdown reageren met een combinatie van maatregelen."

Buiten een harde landing in China, zijn er volgens Daly weinig risico’s die een negatieve impact kunnen hebben op de opkomende markten. Vaak wordt er een onderscheid gemaakt tussen landen die een zeer open economie kennen en afhankelijk zijn van export en dus van buitenlandse kapitaalinstroom, en landen die een grote binnenlandse markt hebben waar ze op kunnen drijven (India) of die de motor is van de groei (China). Die laatste zouden beter in staat zijn de invloed van de verslechterde omstandigheden in de ontwikkelde wereld op te vangen.

Maar Daly is ook voor de gevolgen van de problemen in de eurozone op de emerging markets niet bang. “Het staat vast dat dat geen zorg zou zijn voor de schuldeisers in opkomende markten”, aldus Daly. “Het zou kunnen dat deze schuldeisers volatiliteit moeten doorstaan, maar er bestaat geen twijfel dat de opkomende markten solvabel zijn”, besluit hij.