Jochum Haakma
Voorzitter van het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering en Global Director Business Development TMF Group

Ongeveer de helft van de wereldwijde groei komt de komende tijd uit de opkomende wereld, vooral de BRIC-landen. Dit plaatst het Nederlandse bedrijfsleven voor belangrijke uitdagingen. De huidige Nederlandse exportstructuur zal zich aan deze ontwikkeling moeten aanpassen.

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft nu vooral afzetgebieden in de EU, maar die kennen de komende tijd weinig expansie. Dat vraagt om een sterkere oriëntatie op opkomende economieën.

Open economie

De snelle groei van opkomende markten roept ook wel angst op, omdat het wordt gezien als bedreiging voor de eigen economie. Sommigen stellen zelfs voor om de grenzen te sluiten voor opkomende economieën. Toch is dat niet de oplossing. Juist een open economie biedt ons veel kansen.

Ik wil ondernemers aanmoedigen om eens in landen als China, India en Vietnam te gaan kijken. Ik heb zelf honderden keren handelsmissies geleid met ondernemers. Het is fantastisch om te zien dat er contacten ontstaan met ondernemers in die andere landen. En dat kan heel snel gaan: ik heb het meegemaakt dat een bedrijf al twee maanden na het eerste contact een Nederlands kantoor in China opende.

Grote verschillen

De opkomende landen verschillen overigens sterk van elkaar. Zij hebben elk hun eigen karakteristieken wat betreft (zakelijke) cultuur, economische structuur, verhouding tussen bedrijfsleven en overheid en maatschappelijke opvattingen (bijvoorbeeld over mensenrechten).

Sommige delen zijn inderdaad nog gevaarlijk, maar de situatie is daar toch behoorlijk verbeterd.

Brazilië bijvoorbeeld heeft ongeveer hetzelfde exportareaal als Nederland, wat het lastig kan maken om je op die markt te begeven. India is heel bureaucratisch en heeft bovendien het kastensysteem, wat de groei van je bedrijf in de weg kan staan. En een land als Colombia roept wellicht vraagtekens op in verband met de veiligheid. Sommige delen zijn inderdaad nog gevaarlijk, maar de situatie is daar toch behoorlijk verbeterd. Je kunt er ontzettend goed zakendoen.

De Nederlandse overheid heeft Colombia zelfs bestempeld als transit land. Dat betekent: minder ontwikkelingshulp en meer handel en investeringen. Colombia gaat zelf 9 miljard investeren in water projecten, zoals waterzuivering en waterkering. Daar zouden wij mooie orders kunnen uitslepen.

Over dit soort aspecten kunnen ondernemers zich goed laten informeren door het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering, dat veel contacten heeft met bedrijven die al elders actief zijn. Er zijn veel informatiebijeenkomsten over zakendoen in andere landen en de valkuilen en succesfactoren.

Horizon verbreden

Vanwege de huidige economische situatie zullen veel bedrijven geneigd zijn om een pas op de plaats te maken. Maar misschien is het juist nu wel een goed moment om je horizon te verbreden. Bijvoorbeeld via het Russisch-Nederlands investment fund. Na China zijn wij het tweede land dat zo’n fonds  met Rusland heeft. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen kunnen dit fonds benutten en zo op handelsgebied meer een wereldspeler worden. Er liggen op veel plaatsen nog veel kansen!