Jan Siemons
Jan Siemons
Algemeen directeur NCH

De missie van het NCH is het ondersteunen van Nederlandse bedrijven bij het bereiken van duurzame groei op buitenlandse markten.

Hoe belangrijk is het buitenland voor ons?

“Heel belangrijk. Ik illustreer dat graag met een aantal cijfers. Zeven procent van de bedrijven in Nederland exporteert, 33 procent van ons inkomen komt uit het buitenland en 44 procent van de werknemers werkt bij exporterende bedrijven. Als je kijkt naar de investeringen in Research and Development, dan komt 87 procent voor rekening van exporterende bedrijven.

Van onze export gaat 25 procent naar Duitsland, twaalf naar België, negen naar Frankrijk, acht naar het Verenigd Koninkrijk, vier naar de VS en vier naar de BRIC-landen. Wat we invoeren, voeren we voor 41 procent weer door naar ons achterland. Allemaal cijfers die illustreren hoe belangrijk het is dat wij onze activiteiten over de grens koesteren en nog verder uitbouwen. Kansen liggen er op meerdere gebieden.”

Hoe kan het NCH daarbij helpen?

“Wij zijn echte bruggenbouwers. We ondersteunen en adviseren Nederlandse bedrijven en bieden toegang tot een exclusief netwerk, zowel in Nederland als in de diverse regio’s van de wereld: Azië, Latijns Amerika, VS, Canada, Europa, Midden-Oosten en Afrika. Het gaat ons vooral om het verkennen van nieuwe markten en het uitbreiden en verbeteren van de bestaande activiteiten over de grens. Dat doen we met collectieve en op specifieke bedrijven toegespitste activiteiten.

Ondernemingen kunnen bijvoorbeeld gebruik maken van onze ingangen bij waardevolle netwerken van medeondernemers, dienstverleners en overheden in het buitenland en in Nederland. Wij hebben vijfendertig landenkamers, die worden bestuurd door zo’n honderdvijftig ervaren ondernemers. Zij zorgen voor een unieke uitwisseling van informatie en ervaringen tussen de bedrijven.”

Nederlandse bedrijven vinden het fijn dat zij worden geïnformeerd, maar ze willen ook heel concreet advies.

Hoe werkt dat in de praktijk?

“We informeren en leggen contacten via de landenkamers. Daarnaast hebben we de collectieve activiteiten, bijvoorbeeld handelsmissies, Holland paviljoens, seminars en andere grotere bijeenkomsten. Nederlandse bedrijven vinden het fijn dat zij worden geïnformeerd, maar ze willen ook heel concreet advies. Wij helpen ze op een hands-on-manier de markt te verkennen. Daarbij werken we nauw samen met andere organisaties.

Publiek-private samenwerking met de ambassadeposten, Agentschap NL, CBI en de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken, (waaronder NFIA), wordt steeds belangrijker. Wij hebben ook de taak om de basis te leggen in moeilijk toegankelijke markten. We zijn in het verleden bijvoorbeeld heel druk geweest in Myanmar. Daar hebben we missies naar begeleid met een goede basis als gevolg. We zijn daar meer dan welkom. Dat geldt ook voor Cuba. Als het daar echt opengaat zijn we er als eerste bij.”

 

Waar liggen nog meer actuele kansen voor Nederlandse bedrijven?

“Allereerst moeten we de nabijgelegen markten niet uit het oog verliezen. Landen als België, Duitsland, het Verenigd Koningkrijk en Frankrijk zijn en blijven heel belangrijk voor ons. We moeten niet denken dat het in deze landen allemaal vanzelf gaat: ook daar moeten we steeds weer energie in steken. We doen dat onder meer via onze Europecouncil. Vanuit deze council zijn we ook bezig met een aantal missies naar Zweden. Daar liggen op het gebied van life sciences veel mogelijkheden.

Wij hebben een opdracht van de Nederlandse overheid om te kijken naar ontwikkelingen op het gebied van Smart Cities. Onze kennis op het gebied van Smart Cities zetten we inmiddels op veel meer plekken in de wereld in. Veel steden worstelen met vragen op het gebied van urbanisering, milieu, energie, stadsdistributie en watermanagement.

We zijn onder meer actief in Indonesië, Japan en de Verenigde Staten. Deze sector zal de komende jaren sterk groeien. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor agri-food. Op dat terrein doen we al veel en dat zal de komende jaren alleen nog maar toenemen. Voedselveiligheid speelt daarin een belangrijke rol. Een sterk toenemend aantal buitenlandse delegaties komt speciaal voor dit onderwerp naar ons land. Wij informeren ze en brengen ze in contact met Nederlandse bedrijven en instituten op dit gebied.

Onze contacten leiden al regelmatig tot bezoekende delegaties over en weer.

Wat zijn de verrassingen voor de komende tijd?

“Belangrijke landen voor de komende jaren zijn onder meer Vietnam, Indonesië, Ghana, Zuid-Afrika en Colombia. Dat laatste land vertoont de afgelopen jaren een heel sterke groei. We hebben er al honderdtien leden en een Holland House. Onze contacten leiden al regelmatig tot bezoekende delegaties over en weer. Er is bijvoorbeeld veel belangstelling voor watermanagement.

Een andere verrassing is de opkomst van e-commerce in China. Dat land is al heel belangrijk voor ons, maar verkoop via internet zal een extra boost geven. Chinezen zijn erg geïnteresseerd in Nederlandse producten. Via marktplatforms kun je heel snel je producten introduceren en verkopen. Wij hebben een speciale taskforce die bedrijven over alle inns en outs kan informeren.”

Zaken doen over de grens. Waar moet je vooral op letten?

“Om echt kansen te kunnen grijpen moet je als ondernemer aan een aantal eisen voldoen. Inzicht hebben in wat de markt vraagt, wie goede lokale partners zijn die ook realistisch en geduldig zijn is heel belangrijk. Manage het internationaliseringsproces heel nauwkeurig en leer omgaan met de lokale wet- en regelgeving en cultuur.

Internationaal zakendoen vereist ambitie, een lange termijnfocus en goed risicomanagement. Wij kunnen bedrijven op al deze terreinen actief, en met veel
ervaring en contacten ondersteunen.”