Zo is de bonuscap gesteld op twintig procent van het vaste salaris, waar vanuit Europa 100 procent mogelijk is – of zelfs 200 procent met goedkeuring van de aandeelhouder. Bovendien geldt de norm niet alleen voor functiegroepen met een verhoogd risico, maar voor alle personen die werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van de financiële onderneming.

Vanaf presentatie aan de Tweede Kamer zijn in de literatuur al vraagtekens gezet bij de ingrijpende veranderingen die de wet teweegbrengt. De Raad van State toonde zich aanvankelijk kritisch. Toch stemde de Tweede Kamer in en deed de Eerste Kamer de Wbfo uiteindelijk als hamerstuk af.

Een gemiste kans, stelt Ferdinand Grapperhaus, Advocaat en Partner bij Allen & Overy. Zeker de Eerste Kamer had om opheldering kunnen vragen.

Welke gevolgen voorziet u door de afwijking van de Europese richtlijn?

“Dat gaat slecht uitpakken voor het vestigingsklimaat van financiële ondernemingen. Belangrijker nog is dat dit slecht is voor de concurrentiepositie van Nederlandse financiële ondernemingen, omdat mensen toch eerder geneigd zullen zijn om naar een financiële onderneming te gaan die met een hogere cap werkt. Dat kan zelfs een in het buitenlands gevestigde financiële onderneming zijn die ook in Nederland werkt.

Omdat er voor Nederlandse financiële ondernemingen ook nog eens uitzonderingen gelden voor in het buitenland werkzame mensen gaat dat ook binnen die ondernemingen tot scheve verhoudingen leiden.

Het is interessant dat de Britse regering een zaak bij het Europees Hof van Justitie heeft aangespannen tegen de Europese cap van 100 procent. Ik ben het met de Britse regering eens dat het kwantitatief ingrijpen in beloningen c.q. beloningsregels niet is te rechtvaardigen met de doelstelling van vrije vestiging uit art. 53 VWEU.”

In dat kader kunnen financiële ondernemingen er voor kiezen het vaste salaris te verhogen of bijvoorbeeld een role based allowance toe te kennen.

Wat is reeds merkbaar in het Nederlandse bedrijfsleven? En bij buitenlandse organisaties die hier actief zijn?

“In de markt is men drukdoende om het remuneratiebeleid Wbfo-proof te maken. Met weerzin: de rest van Europa is immers gebonden aan een veel hogere bonuscap. De reikwijdte van de Wbfo gaat zelfs zó ver, dat zij ook van toepassing kan zijn op buitenlandse dochters die kwalificeren als financiële onderneming.

Alles wat in strijd met de twintig procent-cap gebeurt, is nietig. In dat kader kunnen financiële ondernemingen er voor kiezen het vaste salaris te verhogen of bijvoorbeeld een role based allowance toe te kennen, maar dat soort maatregelen bieden niet dezelfde flexibiliteit van een variabele beloning.”

Op welke plekken dient er verduidelijking te komen?

“De uitzonderingen op de bonuscap zijn nog niet helder uitgekristalliseerd. Geldt de uitzondering voor niet-cao personeel ten aanzien van de gehele groep of moet dit binnen een onderneming worden bezien? Er is bovendien niet voorzien in passend overgangsrecht. Financiële ondernemingen moeten bijvoorbeeld van de ene op de andere dag voldoen aan allerlei publicatieverplichtingen, terwijl ze het jaarverslag voor 2014 al in gereedheid aan het brengen waren.

Ook de paragraaf met betrekking tot staatssteun en het bijbehorend overgangsrecht brengt veel teweeg voor de ondernemingen die staatssteun ontvangen. Zo blijft het verbod langere tijd gelden wanneer de staat een deelneming heeft, zelfs als dat nog maar één aandeel is.

Daarnaast zijn bij de ondernemingen die staatssteun ontvangen een veel grotere groep mensen gebonden aan het verbod tot uitkering van variabele beloning maar ook verhoging van de vaste beloning. Verder geldt dit verbod nu voor alle banken en verzekeraars binnen een groep, waar het voorheen zichtbaar was op de topholding.”

Zeker vind ik dat bonussen zo moeten zijn dat ze geen aanleiding geven tot risicogedrag.

Vindt u het dan niet nodig om met name bonussen aan banden te leggen?

“Ik ben het er zeker mee eens dat bonussen gerechtvaardigd moeten zijn en in een goede verhouding moeten staan tot de vaste beloning. Zeker vind ik dat bonussen zo moeten zijn dat ze geen aanleiding geven tot risicogedrag.

Maar dat moet je inrichten door in de wet te verankeren dat er strenge criteria komen voor die bonussen, dat ze aan de lange termijn gekoppeld worden, dat er goed toezicht op wordt gehouden en dat de financiële onderneming daar ook uitgebreid verantwoording over aflegt zodat het transparant is. Daar gaat deze wet grotendeels aan voorbij. Ik vind dat een gemiste kans.”