Beleggers en (institutionele) vermogensbeheerders doen er verstandig aan te beseffen dat er maar heel weinig hoeft te gebeuren om de rol van goud te veranderen van grondstof in monetair metaal.

De rol van monetair metaal is de afgelopen veertig jaar op instigatie van overheden en (centrale) bankiers ogenschijnlijk naar de achtergrond gedreven, maar niet verdwenen. Omdat de monetaire rol door de markt werd veronachtzaamd, is nog maar een zeer klein gedeelte (0,6%) van het totale wereldwijde vermogen belegd in goud. Het merendeel van het vermogen is opgeslagen in papieren vermogenstitels, op zoek naar rendement.

Interessant voor spaarders en beleggers

De reden hiervoor is dat als gevolg van de politieke keuze voor het gebruik van een wettig betaalmiddel de jaarlijkse waardevermindering van papiergeld (doelstelling centrale banken: -2%) moet worden goedgemaakt door het geld te beleggen in aandelen of vastgoed, of door het risicovol uit te lenen aan derden. Omdat fysiek goud geen rentevergoeding kent - er is immers geen sprake van tegenpartijrisico - is er geen model te construeren waarmee het interessant wordt om het in een standaard beleggingsportefeuille op te nemen.

Hierdoor werd goud de afgelopen decennia steeds meer in de rol geduwd van speculatieve grondstof. Interessant voor spaarders en beleggers is dat zowel de EU als de ECB al langere tijd klaar zijn voor een herwaardering van goud. Sinds 1998 is het een officiële beleidsdoelstelling van de EU om de financiële functie van goud te stimuleren; de BTW op goud werd in dat jaar in de EU-lidstaten afgeschaft. En in 1999 hebben de Europese centrale banken in een verdrag onderstreept dat goud een belangrijke monetaire reserve is en blijft. Opmerkelijk genoeg zit de goudprijs sinds die tijd flink in de lift.