Het gaat om groeimarkten zoals geavanceerde medische apparatuur, slimme en schone mobiliteit, zuinige luchtvaart en duurzame energieopwekking, zegt Amandus Lundqvist, boegbeeld van de topsector High-Tech.

“We hebben grote nichebedrijven die in de wereldtop zitten”, zegt Lundqvist. “Moderne bedrijven met een groot onderscheidend vermogen, die goed samenwerken met een belangrijke schil van mkb’ers.” Het verbaast dan ook niet dat deze sterk IT-gedreven bedrijven een belangrijk deel uitmaken van onze export.

In 2009 waren zij goed voor 32 miljard euro,een bedrag dat mede door het topsectorenbeleid vergroot moet worden tot 83 miljard euro in 2020. Om dit doel te bereiken is volgens Lundqvist meer bekendheid nodig in het buitenland, met name buiten de sector. “Binnen de sector staan we goed aangeschreven, maar daarbuiten is Nederland vooral bekend om haar activiteiten in water en agri-business.

Nederland is partnerland en de hightech sector presenteert zich met één gezicht middels het Holland High Tech House

Gezien de goede prestaties is dat eigenlijk vreemd.” Vanuit die gedachte is de sector komend jaar prominent aanwezig op de grootste techniekbeurs ter wereld in het Duitse Hannover. “Nederland is partnerland en de hightech sector presenteert zich met één gezicht middels het Holland High Tech House”, legt Lundqvist uit. “We zijn te vinden in de researchhal. In het Holland High Tech House zijn niet alleen de prominente bedrijven aanwezig, maar ook Nederlands belangrijkste kennisinstellingen.”

Oplossingen

Buiten het vergroten van de bekendheid ziet Lundqvist twee belangrijke stappen om de High-Tech sector op het gewenste niveau te brengen. Ten eerste moet er voldoende geld beschikbaar zijn en blijven. “De topsectoren zijn langzaam gegroeid tot wat ze nu zijn.

De publiek-private opzet waarin we samenwerken is bijzonder effectief en werkt rechtlijnig: hoe meer middelen er beschikbaar zijn, hoe makkelijker we belangrijke oplossingen kunnen ontwikkelen.” Het tweede deel van de oplossing is het aanpakken van het schrijnende tekort aan technisch opgeleide mensen. Dat betekent volgens Lundqvist niet alleen het initiatief nemen, maar vervolgens ook doorzetten.

“We signaleren het probleem al een tijd, maar daarmee is het natuurlijk nog niet opgelost”, zegt hij. “Het kan tien jaar duren voordat iemand een volledig opleidingstraject heeft doorlopen, dus moeten we langdurige ondersteuning bieden.” Gevraagd naar de toekomst, toont Lundqvist zich positief: “Alle ingrediënten voor groter succes zijn al aanwezig. We moeten nu meer bekendheid aan ze geven.”