“Sinds 2009 importeren wij staal uit China, India en Turkije, voor de export naar landen in Europa, Noord-Afrika en Latijns-Amerika. Maar de positie van middle man heeft in onze ogen te weinig toekomst, dus zijn we gaan nadenken over waardetoevoegende activiteiten.

Vanwege onze positie in de staal trading hadden we inzicht in de handel in verschillende gebieden. Toen hebben we gekozen voor Turkije, vanwege de groei van dat land, het investeringsklimaat en de relatieve nabijheid ten opzichte van Rotterdam. Rogiad, een stichting voor jonge ondernemers in Nederland, heeft ons daarbij begeleid.

Het begin

We begonnen met heel veel vragen, en zij hielpen ons aan een groot deel van de antwoorden. Inmiddels hebben we machines gekocht, het materiaal staat klaar en er zijn in Turkije drie technische mensen in dienst. Voor de internationale im- en export is het niet nodig, maar voor de lokale handel is het wel handig dat we hier in Nederland mensen in dienst hebben die Turks spreken, al is dat geen absolute voorwaarde.

Cultuurverschillen zijn verder niet zo heel groot, zeker niet in het contact met internationaal opererende bedrijven. Ik heb gemerkt dat we in Nederland wat directer zijn met onderhandelen, in Turkije neem je daar meer tijd voor. Maar dat is absoluut geen barrière waar ik tegenop zie. Bij lokale bedrijven moet je sommige afspraken bovendien wat losser interpreteren. Voor ons heeft dat weinig gevolgen, we moeten ons alleen soms flexibel opstellen.

Denken in oplossingen

Een zeer positieve verrassing was het contact met de Turkse banken. Ze zijn minder strikt in kredietverlening en denken echt met je mee, dat is in Nederland wel anders. Bij de bank waar wij aanklopten was een specialist voor de staalindustrie, dat hielp. De bank stelde zich ook constructief op door te zoeken naar oplossingen die voor ons en voor hen gunstig zijn.”