Niels Faassen

Niels Faassen
Morningstar-fondsanalist

Het afgelopen decennium kende de obligatiemarkt voor opkomende economieën hoge pieken en diepe dalen. Dit jaar is het met een voorlopig rendement van 20 procent een van de best presterende categorieën op de obligatiemarkt, aldus Morningstar-fondsanalist Niels Faassen.

Het gaat goed met de obligaties in opkomende markten. Niet een beetje goed, maar wonderbaarlijk goed, eigenlijk. Tot eind oktober dit jaar werd er door de benchmark voor EMD (emerging market debt, uitgegeven in harde valuta) een rendement van bijna 20 procent gehaald. Niels Faassen, analist bij fondsenbeoordelaar Morningstar, noemt 2014 een “glorieus jaar van herstel”.

 

Hype

Ook vlak na de crisis waren het al zoete jaren voor EMD. In een poging de kredietcrisis te beheersen, grepen westerse centrale banken eind 2008 ingrijpend in, met als gevolg een zeer lage rente in de ontwikkelde wereld. Dat leidde tot vluchtgedrag op de obligatiemarkt: nu obligaties van westerse landen niet langer het gewenste resultaat opleverden, gingen beleggers op zoek naar hogere rendementen.

In hun search for yield kwamen zij terecht in steeds exotischer oorden. De EMD-fondsen profiteerden: waar deze fondsen in harde valuta in 2008 nog een negatief rendement behaalden van -6 procent, was dat in 2009 gestegen tot +24 procent. Faassen: “De hype was zo groot, dat landen als Ivoorkust een relatief lage risicovergoeding betaalden, terwijl die obligaties bepaald niet risicoloos zijn. Die pikten een graantje mee.”

Tot de zomer van 2013. Toen kondigde de Amerikaanse FED aan alle stimuleringsmaatregelen ter bestrijding van de crisis zo zoetjes aan weer te zullen afbouwen. Beleggers vreesden deze tapering, vertelt Faassen. “Men sprak zelfs van de ‘fragile five’: de kwetsbare positie van groeilanden Brazilië, Zuid-Afrika, Indonesië, India en Turkije zorgde voor marktonrust. De rente steeg, beleggers trokken hun geld terug en de buitenlandse valuta kwamen onder druk te staan.” Zo vlogen de rendementen wederom in de min.

Frontierfondsen

Maar inmiddels lijken de bekende voordelen van emerging markets (goede kredietkwaliteit, jonge bevolking) de nadelen (politieke instabiliteit, onzekere groei) wederom te verslaan.  Met de resultaten in 2014 tot nu toe behoort EMD volgens Morningstar tot de best presterende beleggingscategorieën  – beter dan de Global high yield bonds bijvoorbeeld, die juist vanwege hun hoge risico (het betreft obligaties met een rating lager dan BBB-) bekend staan om potentieel hoge rendementen.

Een nieuwe ontwikkeling zijn frontierfondsen, overgewaaid vanuit de aandelenmarkten.

Ondertussen houdt de search for yield niet op. Een nieuwe ontwikkeling zijn volgens Faassen de zogenaamde frontierfondsen, overgewaaid vanuit de aandelenmarkten. “Deze fondsen beleggen in obligaties van ‘randlanden’: de landen aan de grenzen van de opkomende wereld. Denk aan Ivoorkust, Pakistan en Ecuador – ook verhandeld in harde valuta, overigens. Het trackrecord van deze fondsen is vrij kort, dus met resultaten moet je heel voorzichtig zijn. Maar toch, tot nu is het rendement is 18 tot 20 procent.”

Waar dit heengaat, weet Faassen niet, en aan voorspellingen waagt hij zich niet. “De voordelen van emerging markets zijn evident, maar binnen obligaties blijft het een risicovolle categorie. Op dit moment drijft de vraag naar EMD de rendementen op. Dat kan omslaan, maar niemand weet wanneer en hoe. Ik zou dan ook EMD niet aanraden alleen vanwege de hoge rendementen, maar eerder als aanvulling op een goed gevulde, diverse portefeuille.”