Emerging Market Debt
 

Waarop letten bij beleggen in EMD (Emerging Market Debt)?

Beleggen in obligaties uit opkomende landen is niet heel anders dan beleggen in traditionele obligaties. Belangrijk is het om onder meer te kijken naar het economische klimaat, de vooruitzichten op het gebied van valuta’s, de kredietwaardigheid van uitgevers en de rentecurves. Extra aandachtspunt is de verhandelbaarheid, die in sommige opkomende obligatiemarkten beperkt is.

Waarom wel beleggen in EMD?

De rentevergoeding op obligaties uit opkomende landen ligt doorgaans hoger dan op westerse obligaties. Beleggen in obligaties uit opkomende landen biedt mogelijkheden voor spreiding in de portefeuille. Veel opkomende landen worden stabieler, wat leidt tot hogere ratings. De rentevergoedingen zullen daardoor geleidelijk afnemen, waardoor huidige obligatiehouders het rendement zien toenemen.

Waarom niet beleggen in EMD?

Groeiverwachtingen liggen hoger dan in westerse landen, maar de verschillen tussen verschillende landen zijn groot.
Veel opkomende economieën zijn nog sterk afhankelijk van externe economische besluiten. Zo zorgden besluiten van de Amerikaanse  Fed dit jaar voor een scherpe daling van obligaties in lokale valuta. Oplopende rentes zorgen voor veel economische onzekerheid en die is ook voelbaar op de obligatiemarkt.

Bron: Vereniging van Effecten Bezitters.

Jaap van Duijn

Jaap van Duijn
Voormalig directielid en fondsmanager van Robeco

Voortschrijdend inzicht is geen mens vreemd, ook Jaap van Duijn niet, voormalig directielid en fondsmanager van Robeco. Kansen liggen er nog steeds, maar relativeren wil hij ook. Eigenlijk is het achterhaald, vindt van Duijn, dat er nog altijd zo’n geïnstitutionaliseerd onderscheid is tussen emerging en developed markets.

“We hebben lang gedacht in termen van die tweedeling, maar inmiddels is dat toch een beetje dwaas. Het Zuid-Koreaanse Samsung zit in een EM-portefeuille, terwijl bedrijven uit Zuid-Europese landen in de DM-portefeuille zitten.

Volgens het IMF hebben emerging markets, als je corrigeert voor koopkracht, een groter aandeel in het mondiale bbp dan ontwikkelde landen. En dat zonder Zuid-Korea, want dat hebben ze al van opkomend naar ontwikkeld verschoven. De OESO heeft Chili al ingerekend. Is het dan niet potsierlijk om emerging markets als aparte categorie te blijven onderscheiden?

Boerenverstand

Punt gemaakt, de tweedeling is op z’n minst in sommige situaties onterecht of moeilijk vol te houden. Maar wat zou een verandering daarvan betekenen voor de beleggingswereld? “Fonsmanagers zouden naar de hele wereld moeten kijken voor hun vergelijking. Niet het fonds afspiegelen tegenover een EM of DM-benchmark, maar een all world-index volgen. Het belangrijkste is: managers moeten eruit kunnen vissen wat aantrekkelijk is.

Eind jaren 60 ging Donald van Raalte voor Robeco in Japan beleggen, dat was toen een emerging market, alleen bestond de naam nog niet. Hij had gelukkig geen index, kon gewoon varen op zijn boerenverstand. Zo’n investering zou nu door een risk manager worden tegengehouden.” Dat betekent overigens niet dat Van Duijn zijn geloof in emerging markets is verloren. “Er liggen kansen bij bepaalde bedrijven, en veel van die bedrijven zitten in emerging markets.

De opmars was gestoeld op het idee dat bedrijven in landen met hoge groei het op de beurs beter zouden doen. Op de lange termijn is dat verband er wel. Maar op korte termijn kunnen die effecten teniet worden gedaan, bijvoorbeeld door een opgeblazen koers-winstverhouding of door politieke ontwikkelingen. Ik heb nog nooit één cent ‘in China’ geïnvesteerd. Wat je moet doen, is spreiden.”

Golf

Van Duijn denkt graag in cycli. Hij spreekt vaak over de ‘lange golven’ van Kondratieff: periodes van halve eeuwen die opwaartse en neergaande fases voor de wereldeconomie definiëren. “Dertig jaar geleden kon je al zien dat China nu aan het einde van haar groei zou komen. De grote stimulansen verliezen op den duur aan kracht. Het effect van digitalisering op de productiviteit per persoon neemt af sinds 2000. In de EU is de neergang al begonnen,

China is er ook aan toe. De golf in China, die van grote invloed is op de wereldwijde golf, was vooral gebaseerd op investeringen: productiecapaciteit creëren om dingen te maken voor de rest van de wereld. Arbeid is er duurder geworden, de kredietverlening nam toe, de schuldenlast is geëxplodeerd. De investeringen zijn uitgewerkt.” Los van die lange golven, ziet hij bij de emerging markets ook een kortere cyclus: een van ‘zeven vette, zeven magere jaren’.

Een kortere cyclus bij de emerging markets: een van ‘zeven vette, zeven magere jaren’.

“Met Robeco startten wij in 1995 een fonds voor emerging markets. Ongeveer meteen daarna begon de underperformance. Die duurde tot ongeveer 2002 en daarna gebeurde ongeveer het omgekeerde. Nu blijven de emerging markets weer achter. Kijk naar de grote BRIC-landen: Brazilië is bijna in recessie, Rusland is in recessie. De megacyclus van grondstofprijzen is voorbij, dat heeft grote invloed op landen als Peru en Chili, die daarvan profiteerden. De staal-, aluminium– en koperconsumptie werd door China opgeslokt. Dat is nu voorbij.”

Bruisend

Hij vindt niet dat hij pessimistisch is. “Kijk, het is zoals het is, door hosanna te roepen verander je daar niets aan. China moet het nu hebben van binnenlandse consumptie. De groei daalt naar 4 procent, en let wel: dat is nog steeds geweldig, nog steeds veel meer dan bij ons. Het positieve aan die lange golven is dat de opwaartse fase ook weer komt, ook voor emerging markets. We weten alleen niet wat de dragers van de nieuwe golf zullen zijn.”

In de tussentijd is het zaak goed naar de structuur van een land te kijken, aldus de beleggingsexpert. “Zwart-wit gezegd: in Latijns-Amerika zou ik nooit beleggen. Dat heeft nog nooit getoond op eigen kracht een cultuur te kunnen bewerkstelligen van wat wij ondernemingsgewijze productie noemen. De structuur is slecht, er is een enorme inkomensongelijkheid en geen spreiding van macht. Ze doen het enkel goed vanwege de hoge grondstoffenprijzen.

Wat een land nodig heeft, is een bruisende middenstand. Ook Rusland ontbeert dat. Heel anders is bijvoorbeeld Turkije, dat juist wel die ondernemerscultuur heeft. Dus in het algemeen zeg ik: kijk naar de economische basis voor welvaart.”