Hans de Boer
Hans de Boer
Voorzitter VNO-NCW

Landen in Afrika en vele landen in Oost-Europa en Azië werden eind jaren negentig gezien als kansrijk. De Azië crisis gooide alleen veel roet in het eten en kapitaal vluchtte weg uit veel van dit soort markten.

In het begin van de 21e eeuw namen de BRIC-landen het begrip opkomende markt over. De ‘BRIC-landen’ -Brazilië, RuslandIndia en China- zouden rond het jaar 2050 de meeste van de huidige rijkste landen van de wereld hebben ingehaald.

China, nu al de derde economie van de wereld na de EU en de VS, en mogelijk India (nr. 7) gaan die belofte inlossen. Voor Rusland en Brazilië is de onzekerheid groter gezien de corruptie, de sancties (Rusland) en de ingrijpende veranderingen door de energietransitie. 

Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië zijn traditioneel onze grootste exportpartners. Zeker voor kleine bedrijven zijn dit de perfecte markten om te starten over de grens. Het zijn volwassen democratische en stabiele markten.

Toch kunnen we als Nederland niet achteroverleunen. We moeten continu nieuwe afzetgebieden blijven zoeken. Europa is immers een grote (bijna 500 miljoen mensen) maar ook sterk vergrijzende markt.

De toekomstige groei zal naar verwachting toch echt buiten de Eurozone liggen. In landen in Azië (denk aan Indonesië, Vietnam en Maleisië), Zuid-Amerika (in Chili en Columbia) en Afrika (Marokko en Kenia). Dit zijn landen met een jonge bevolking. Wij kunnen bovendien oplossingen bieden voor de grote maatschappelijke opgaves waar veel groeimarkten mee worstelen.

Hoe krijgen India en China rivieren als de Ganges of de Gele rivier bijvoorbeeld weer schoon? Hoe houd je megasteden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika leefbaar, terwijl de landbouwsector productiever moet worden?

Wij hebben de ‘goede papieren’ als het gaat om zaken als waterbeheer, landbouw en logistiek. Planologisch kunnen we hoogstandjes leveren.

Nederland zelf is het levende bewijs: 200 bij 300 kilometer is uitgebouwd tot een duurzame delta waar zowel de schoonste industrie ter wereld, als een sterke agrosector (nr. 2 van de wereld) als de zeearend (en sinds kort de steppe kiekendief) hand in hand kunnen gaan met 17 miljoen inwoners.

Daar zit onze unieke kracht. Dit is ook de reden waarom Nederlandse bedrijven de ‘Sustainable Development Goals’ in hun eigen strategie verankeren.   

Om al die kansen buiten Europa te pakken is meer nodig. Andere landen opereren beter en integraal op groeimarkten. Van ontwerp tot bouw én financiering. Iets wat, zeker als het gaat om financiering, vanuit Nederland altijd lastig is gebleken, maar waar nu met Invest-NL door het kabinet eindelijk aan gewerkt wordt.

Een volgend kabinet moet dit wel doorzetten. Wij hebben zelf een rol hierin. Daarom richten we met partners als MKB-Nederland, Evofenedex en FME een samenwerkingsverband met de overheid op om veel scherper aan de bal te kunnen zijn.

Door kansen beter in beeld te brengen, meer follow-up te geven aan economische missies, door (diplomatieke) contacten beter te onderhouden en posten beter te bemensen. Met deze maatregelen moet Nederland in 2030 40 procent van het nationaal inkomen in het buitenland kunnen verdienen. Nu is dat nog ongeveer 32 procent.

Het goede nieuws is dat het CBS vorig jaar meldde dat het aantal Nederlandse bedrijven dat goederen uitvoert naar bijvoorbeeld niet-EU-landen groeit. In 2015 verscheepten meer dan 23.000 bedrijven goederen naar landen buiten de EU. Dat is 20% meer dan vijf jaar eerder.

Ook als zakelijk missieleider tijdens economische missies kom ik Nederlanders tegen op de gekste plekken die daar investeren, samenwerken of Nederlandse goederen importeren of juist naar toe brengen.

In de nieuwe aanpak willen we dit verder uitbouwen en langdurig investeren in relaties, marktverkenningen en gerichte aanbiedingen van succesvolle combinaties van kleine en grote Nederlandse bedrijven.

Of we het nou opkomende markten, groeimarkten, emerging markets of BRICS noemen. Het gaat er om dat we de groei van de toekomst in beeld hebben, houden en de kansen proactief blijven grijpen. Zoals we dat al eeuwen doen.