Van Baasbank en Meerman vertegenwoordigen beiden organisaties die zich inzetten voor de belangen van ondernemers in Nederland. Bij de KvK stonden eind 2015 1.777.183 ingeschreven in het Handelsregister.

Dat zijn aanzienlijke aantallen. Gaat het goed met het ondernemerschap in Nederland?

Jan Meerman: “Als je kijkt naar het aantal ondernemers en de bereidheid om ondernemer te worden, doen we het heel goed in Nederland. In bijna alle sectoren is er sprake van veel nieuwe ondernemers. Volgens mij horen we Europees gezien bij de top 5.

Ik plaats wel een kanttekening. Te veel ondernemers die starten zijn te vaak niet goed voorbereid en gaan snel failliet. Gelukkige is de schade in de meeste gevallen niet te groot, maar ik heb de indruk dat het ondernemerschap wordt onderschat. Je moet echt van veel zaken verstand hebben.”

Hankie van Baasbank: “Nederland is een ondernemend land. Het aantal Nederlandse ondernemingen neemt toe, meer dan in andere landen. Er zijn nog nooit zoveel bedrijven in Nederland geweest. Eén op de zes mensen van de werkzame beroepsbevolking is inmiddels als zelfstandig ondernemer actief. De afgelopen jaren is het aantal starters in Nederland bijna verdubbeld. Geen enkele andere kenniseconomie in de wereld kende een vergelijkbare groei in het ondernemerschap als Nederland.

Nederland staat ook in de top 5 in de ranglijst van de meest concurrerende economieën ter wereld. Dat vind ik heel bijzonder. Als klein landje zijn we zo innovatief, vernieuwend en slim. Daar moeten we trots op zijn. Het gaat goed. Ik deel wel de observatie van Jan Meerman dat we alert moeten zijn op een paar belangrijke zaken.”

"Het laat zien dat ondernemerschap een belangrijk issue is in het onderwijs, maar het kan altijd nog beter.”

Zijn er knelpunten?

Jan Meerman: “We krijgen alleen groei als er ondernemers opstaan. Van ondernemers hoor ik de klacht dat de mensen die van school komen niet weten hoe een onderneming werkt. Van scholen hoor ik dat ondernemers ook niet bereid zijn om daar energie in te steken. Meer aandacht in lesmateriaal, maar bijvoorbeeld ook gastcolleges. Ga het als ondernemer zelf vertellen. We hebben per jaar 1.400 uur aan onderwijs. Besteed daarvan 200 uur aan praktijklessen, te verzorgen door ondernemers.”

Hankie van Baasbank: “De constatering van Jan Meerman is juist. Het moet nog beter, met een nog betere samenwerking over een weer. Toch gebeurt er ook al veel. In het basisonderwijs zien we leervormen als Kids in Bizz, en op universiteiten zijn er faciliteiten om ondernemende studenten te ondersteunen met zakelijke spin offs en daartussen allerlei andere varianten. Het laat zien dat ondernemerschap een belangrijk issue is in het onderwijs, maar het kan altijd nog beter.”

Wat is er nog meer voor verbetering vatbaar?

Jan Meerman:De doorgroei is niet goed, we blijven te veel hangen in kleine ondernemingen. ondernemingen. Uit onderzoek onder kleinbedrijven binnen Europese landen blijkt dat het aandeel kleinbedrijven in Nederland dat groeit 40% lager ligt dan bijvoorbeeld in Duitsland en België.

Weer ander onderzoek laat zien dat Nederland een relatief hoog percentage van de totale werkgelegenheid heeft in bedrijven die nooit groeien boven één werkzame persoon. Werk aan de winkel dus. Koppel aan iedere startende ondernemer een mentor. Die kijkt mee en kan fouten van de starter voorkomen.”

Hankie van Baasbank: “NL Groeit gaat die groei bevorderen. Dé uitdaging van ondernemerschap in Nederland, is de excellente kennisbasis en het grote aantal ondernemers te vertalen in groei in termen van omzet en werkgelegenheid. De Kamer van Koophandel is, samen met EZ en NLevator, initiatiefnemer van het programma NLGroeit. In dit programma dagen we ondernemers uit om hun onderneming te laten groeien. We doen dit samen met succesvolle ondernemers en de top van het Nederlandse bedrijfsleven.”

De stad in transitie biedt ondernemers nieuwe kansen.

Een ander belangrijk initiatief is de Bruisende Binnenstad? Wat mogen we daarvan verwachten?

Jan Meerman: “Dat is een goed initiatief. Er is vanuit de Nederlandse overheid te weinig aandacht voor de binnenlandse economie. We zijn heel trots op onze export en op onze topsectoren. Er zou meer aandacht moeten zijn voor de binnenlandse economie.

De consument vindt het leuk om naar de stad te gaan, mits…. En dan komt er een hele rij op- en aanmerkingen. Parkeren moeilijk, bereikbaarheid lastig, aanbod niet compleet, onvoldoende horeca. Daar moeten we aan werken, waardor het winkelen weer prettig wordt. Wij hebben ontzettend mooie binnensteden, met historie en cultuur.”

Hankie van Baasbank: “Ondernemen in de binnensteden is zeker niet op sterven na dood is. Sterker nog, de stad in transitie biedt ondernemers nieuwe kansen. Maar bruisende binnensteden zijn wel steden met bruisende ondernemers. Ondernemers zullen, liever gisteren dan vandaag, aan de slag moeten met het bedrijf in die stad.

De komende jaren transformeert de stad naar de plek om te ervaren, diensten af te nemen, te verblijven, te ontmoeten én te kopen. Dit wordt succesvol als alle partijen samenwerken op nationaal niveau. Daarom zijn we blij met de eerste stap: de Bruisende Binnenstad. Dat is een mooie tussen de brancheorganisaties INretail, KvK, KHN en Detailhandel Nederland, het NBTC en de koepelorganisatie VNO/ MKB. De komende maanden gaan we daar nog meer partijen bij betrekken.”

Welk compliment verdient iedere ondernemer?

Jan Meerman: “We leven in een van de beste landen van de wereld, daarop moeten we trots zijn. Praat elkaar niet in de put. Ik ben trots op ondernemers omdat zij bereid zijn om risico te nemen. Ze doen iets waardoor de maatschappij beter wordt. Ze lopen vaak risico met hun eigen geld en zorgen er mede voor dat we in ons land een hoog welvaartsniveau kunnen handhaven. Kijk ook eens naar de innovatieve kracht van bijvoorbeeld onze maakindustrie.”

Hankie van Baasbank: “Ondernemers in Nederland verdienen vooral een compliment door hun geloof en het volharden in oplossingen. Nog niet zo lang geleden was de economie door de kredietcrisis zwaar in het slop. Inmiddels zijn heel veel bedrijven er weer bovenop en hebben oplossingen gevonden voor de problemen die zij destijds ondervonden. Ondernemers zijn mensen die juist ook met tegenwind overweg kunnen en dan tot de beste oplossingen komen. Daarnaast verdienen ondernemers ook een compliment voor hun slimheid en doortastendheid.”

Ondernemersmodellen

Nog nooit zoveel bedrijven in Nederland
Nederland telt een recordaantal bedrijven. Het aantal kwam eind 2015 uit op 1.777.183. Dat is 385.212 ondernemingen meer dan begin 2010 stonden ingeschreven in het Handelsregister. Uit de tellingen blijkt dat steeds meer 65-plussers en vrouwen ondernemen. Het aantal faillissementen daalde tot 5.145. Dat is 25,5% minder dan in 2014. Dit meldde de Kamer van Koophandel (KvK) over de stand van de inschrijvingen in het Handelsregister per 1 januari 2016. De groei van het totaal aantal ondernemingen is vooral een gevolg van een nog steeds toenemend aantal zzp’ers. In 2015 nam het aantal zzp’ers toe met 6% (51.397) tot 928.279. Ook signaleerde de KvK een groei bij parttime zzp’ers. Zij geven bij hun inschrijving aan dat ze hun ondernemerschap voor maximaal 15 uur per week uitoefenen. Hun aantal kwam per 1 januari 2016 uit op 425.202; een toename van 4% (17.458) ten opzichte van 1 januari 2015. Het mkb, met 2 tot en met 249 werknemers, nam met 552 bedrijven toe van 421.713 begin 2015 naar 422.265 bedrijven begin 2016. Het grootbedrijf, bedrijven met meer dan 250 personeelsleden, nam met 20 (1%) bedrijven toe van 1.417 naar 1.437.

Starters, stoppers en faillissementen
In 2015 startten 188.169 nieuwe ondernemingen. Dat is 1% meer dan in 2014. Het ging om inschrijvingen van 117.482 (2,9% meer dan in 2014) zzp’ers, 50.652 (2,1% minder dan in 2014) parttime bedrijven en 20.020 (3,6% minder dan in 2014) mkb’ers. In 2015 beëindigden 102.610 ondernemingen hun activiteiten. Dat is minder dan in 2014, toen stopten 103.126 (-0,5%) bedrijven. Deze daling van het aantal stoppers doet zich voor het tweede jaar op rij voor. Het aantal faillissementen nam in 2015 met 25,5% procent af ten opzichte van 2014, van 6.093 in 2014 naar 5.145 in 2015.

Regionale ontwikkelingen
Regionaal ziet de KvK overal een toename van het totaal aantal bedrijven en alleen in Noord Holland is deze groei groter dan 5%. Voor de verschillende segmenten verschilt het beeld. Hoewel het aantal zzp’ers in elke provincie toeneemt, groeit dit aantal buiten Groningen, Friesland, Flevoland, Limburg en Zeeland met meer dan 5%. De bedrijfsaantallen van het mkb-segment laten een afname zien van het aantal mkb’ers in drie provincies: Drenthe, Zeeland en Limburg. Vorig jaar had het mkb het ook al zwaar. Het merendeel van de mkb-bedrijven loopt een groter risico dan een zzp’er, omdat het mkb in het algemeen hogere financiële lasten heeft, zoals een bedrijfspand, personeel, voorraad et cetera.

Bedrijven per sector
Op de financiële sector na, noteren alle sectoren een groei van het aantal bedrijven. Sectoren die sinds 2011 een grote groei doormaken, zijn de gezondheidszorg, de ICT-sectoren, de sectoren cultuur, sport & recreatie en zakelijke dienstverlening. Dit zijn ook de sectoren waar veel zzp’ers in werkzaam zijn. In de bouw lag in 2011 het percentage zzp’ers nog op 63% (nu 69%). Het aantal zzp’ers in de bouw is over die jaren met ruim 21% gestegen. Daarentegen is het aantal mkb-bedrijven in de bouw over dezelfde periode met ruim 12% afgenomen. Een andere opvallende sector is de gezondheidszorg. De enorme veranderingen in de gezondheidszorg hebben het ondernemerschap ook doen veranderen. Veel mensen vinden hierin nu als zelfstandige een plek. Voor het mkb geldt dat de zakelijke dienstverlening het hoogste aantal bedrijven kent. Omdat steeds meer zzp’ers zich op deze sector richten, is de groei onder zzp’ers hierin vele malen hoger dan in het mkb. De horeca is bij uitstek een mkb-sector. Meer dan de helft van het aantal horecabedrijven is een mkb-bedrijf. Deze sector is veel in beweging waardoor het aantal vaak wisselt.

Bron: Bedrijfsleven 2015, Jaaroverzicht Ondernemend Nederland (Kamer van Koophandel)