De samenleving verandert in hoog tempo, vooral door de digitalisering. Bons: ‘Producten hebben een steeds hogere omloopsnelheid. Bijvoorbeeld ASML bouwt een beperkt aantal machines per jaar voor de productie van chips.

Die machines moeten ontwikkeld worden. Dat lukt niet in een regulier proces, dat gaat projectmatig. In de auto-industrie zie je eenzelfde tendens. Een productielijn bleef vroeger wel vijf tot tien jaar in stand, nu is dat veel korter.’

Vluchtelingen

Niet alleen bedrijven, maar ook andere organisaties moeten zich steeds sneller aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Bons noemt de plotselinge toename van het aantal vluchtelingen als voorbeeld. ‘Die kun je alleen projectmatig opvangen.’

Het managen van veranderingen wordt een kercompetentie, onmisbaarder dan ooit.

In de praktijk betekent dit dat steeds meer mensen projectmatig werken, al zijn ze zich er misschien nauwelijks van bewust. ‘Het managen van veranderingen wordt een kerncompetentie, onmisbaarder dan ooit’, zegt Bons.

‘Traditionele, hiërarchisch geleide bedrijven hebben moeite om het hoofd boven water te houden. Je ziet steeds meer micro-initiatieven, waarbij mensen zelf het heft in handen nemen. Om deze processen te faciliteren, hebben we een andere vorm van sturing nodig.

Geen projectmanagement met een begin- en eindpunt, maar programma- of transitiemanagement dat de juiste richting aangeeft. IJk- of meetpunten geven aan of je op de goede weg bent. Als ik vroeger naar Spanje reed, in de tijd dat er nog geen navigatie was, stippelde ik geen exacte route uit, maar oriënteerde ik me op een aantal grote steden. Dat waren mijn ijkpunten.’

Doelstellingen en oplossingen

De projectmanager-nieuwe-stijl is ondernemender en wendbaarder dan zijn traditionele collega, betoogt Bons. Dit betekent dat hij niet alleen rekening moet houden met de kaders van tijd en geld, maar zich vooral moet afvragen wat de doelstelling is van het project en welke oplossing daaraan het beste bijdraagt.

‘Veel projecten zijn in het verleden mislukt, omdat het doel uit het oog werd verloren. Je kunt een opdrachtgever wel vragen wat hij wil hebben, maar dat is niet automatisch wat hij nodig heeft. Je moet meedenken, de markt kennen en gebruik maken van innovaties. Daarbij maakt het niet uit of je LEAN, Agile of een traditionele methode gebruikt.

De discussies daarover tussen Agile-evangelisten en traditionele-projectpuristen vind ik minder interessant. Wees niet dogmatisch, maar maak gebruik van de veelheid aan methoden en technieken die je ten dienste staan. De doelstelling en omgeving van een project bepalen wat je moet doen. Een goed project slaagt daarin en een slecht project niet.’

De omgeving wordt steeds belangrijker. Bons: ‘Traditioneel luistert een projectmanager naar zijn opdrachtgever en misschien één of twee stakeholders eromheen. Klanten van de opdrachtgever worden vaak vergeten, maar die zijn het belangrijkste.

Kijk bijvoorbeeld naar de aanleg van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam, waarvan bewoners en winkeliers last hebben ondervonden. Neem het begrip “stakeholder” ruim en ga de dialoog aan. Vraag je bovendien af wat de maatschappelijke relevantie en duurzaam toegevoegde waarde van een project is. Als het daaraan schort, moet je het lef hebben een opdracht te weigeren. Mijn motto is en blijft: betere projecten voor een betere wereld.’