Hoewel universiteiten veel onderzoek doen naar onderwerpen die het bedrijfsleven goed van pas komen, sluiten de onderzoeken door verschil in taal niet altijd aan. Op basis van die observatie richtte Felix Janszen vijf jaar geleden het Centrum voor Innovatie Management (CIM) op.

“Eigenlijk is het CIM een instituut dat de kennis van bedrijven en universiteiten combineert en integreert, waaruit nieuwe kennis ontstaat. Je ziet dat er veel productontwikkeling plaatsvindt in de automatisering en de chemie, maar niet in de diensten. Toch innoveert de dienstensector veel.”

Een chaotisch proces

Volgens Janszen is het probleem dat innovatie deels een chaotisch proces is. “Maar volledige structurering is ook niet goed voor innovatie. Je moet het proces niet dood structureren.” De voorzitter stelt dat bedrijven die het goed doen wel vrijheid bieden aan hun medewerkers, maar ook discipline en regels kennen.

“Je hebt systematiek nodig om goed met elkaar te communiceren, omdat je te maken hebt met veel verschillende disciplines met verschillende talen en wereldbeelden.”

Onzekerheden omzetten in risico’s

Innovatie is ook een onzeker proces wat Janszen betreft. “Als er honderd nieuwe innovaties zijn, komen er misschien tien op de markt. Dus moet je zo snel mogelijk kiezen waar je mee doorgaat en waarmee niet. Daar heb je wel de juiste informatie voor nodig.”

Door goed en systematisch onderzoek te doen, is het mogelijk om de onzekerheden van innovatie om te zetten in inschatbare risico’s. Pas dan kunnen bedrijven een besluit nemen om verder te gaan met een bepaalde innovatie. “Je begint met de hoge onzekerheid van een idee en bouwt deze stapgewijs af. Eigenlijk is het een soort van risico management”, aldus Janszen.

Begrijpelijk maken voor anderen

“Als je kijkt naar innovatie, zie je dat het swtart met een buikgevoel. Intuïtie is de driver van innovatie. Maar om dat buikgevoel duidelijk te maken aan anderen, moet je woorden en beelden gebruiken die anderen ook begrijpen.”

‘Wat zijn de kritische aannames die we moeten valideren?’ Dat is de vraag die mensen volgens Janszen moeten stellen om innovaties voort te stuwen. Maar hij benadrukt dat de software alleen helpt met het in woorden en beelden brengen van ideee╠łn. “Uiteindelijk is innoveren een proces van mensen. Feitelijk zijn tools maar een facet.”

Tools verbeteren

Janszen ziet dat er nog veel is te winnen op het terrein van innovatie. “De tools zijn al geavanceerd, maar hoe mensen omgaan met die tools staat zeker open voor verdere ver- betering.” Dat wil volgens hem niet zeggen dat er geen ruimte meer is voor verbetering van tools die we al hebben. “Als je ze gebruikt, zie je wat er nog te verbeteren valt. Met die kennis maak je tools nog bruikbaarder.”