Den Haag maakt nadrukkelijke keuzes, antwoordt wethouder Karsten Klein (Stedelijke Economie) op de vraag wat het retailbeleid van de stad karakteriseert. “En dat doen we al jaren lang op een consistente manier, door alle colleges heen. Dat biedt duidelijkheid aan de markt. Partijen weten dat er niet ineens andere plannen komen voor de zaken waarin ze investeren.”

De aandacht gaat uit naar een aantal goede winkelgebieden in plaats van veel plekken van matige kwaliteit. Gebieden met een eigen gezicht, die zo min mogelijk de concurrentie met elkaar aangaan. Hiervoor werkt Den Haag met sfeergebieden.

De grote ketens clusteren zich bijvoorbeeld in het centrum, legt Ad Dekkers, Directeur van Bureau Binnenstad Den Haag, uit. Rondom het centrum is er in leegstaande panden ruimte voor pop-up stores, zoals de recent gestarte concept store Collectiv., waar twintig ondernemers samen bijzondere producten verkopen.

Experimenteren

De pop-up winkels bieden zelfstandige ondernemers de ruimte om te experimenteren, het liefst met blijvende invulling tot resultaat. Belangrijk is volgens Klein wel dat er niet alleen leuke initiatieven los van elkaar worden ontwikkeld, maar dat er samenhang is. Aan de gemeente de taak om hier gepaste regie op te houden.

“We varen een duidelijke koers, maar zonder starre blauwdruk”, stelt de wethouder. “Je moet ondernemers vertrouwen op hun kunnen.” Dit betekent echter niet dat de gemeente alleen vanaf de zijlijn toezicht houdt. Er wordt pro-actief gehandeld. Accountmanagers gaan het veld in om de visie goed uitleggen en onderhouden nauwe contacten met makelaars en retailers.

“De Haagse retail biedt werkgelegenheid aan 21 duizend mensen”, onderstreept Klein het belang. “Zelfs in moeilijke tijden hebben we stabiliteit of zelfs lichte groei gerealiseerd.”

Er is een gezamenlijke agenda. Die wordt altijd door één van de partijen getrokken, maar er wordt wel samen aan gewerkt.

Gezamenlijke agenda

Dat de Haagse binnenstad zich tussen 2013 en 2015 beste binnenstad van Nederland mocht noemen heeft de stad onder andere te danken aan de samenwerking met de private sector. Er is een brede economische agenda, waarin thema’s als veiligheid, bereikbaarheid, het verbinden van bezoeken aan retail, horeca en cultuur allemaal worden meegenomen.

Dekkers: “Je kunt laten zien wat Den Haag nu te bieden heeft én wat er ontwikkeld wordt. Hierdoor lukt het om ook grote partijen mee te krijgen in de ontwikkeling van de stad.” Door het convenant vinden partijen elkaar vroegtijdig bij de ontwikkeling van plannen, vervolgt Dekkers. Er is een gezamenlijke agenda. Die wordt altijd door één van de partijen getrokken, maar er wordt wel samen aan gewerkt. “We weten precies van elkaar waar we mee bezig zijn en zorgen dat de doelstellingen in het verlengde van elkaar liggen.”

Een aandachtspunt voor de komende tijd is volgens hem om te zorgen dat retail langdurige bezoeken als congressen of toeristische verblijven goed ondersteunt. De eerder genoemde pop-up stores en local heroes vergroten de aantrekkingskracht. Zij geven de stad haar eigen smaak.

Voorbeeldrol

Buiten de ontwikkeling van een sterk retail- aanbod, streeft Den Haag ook naar een voorbeeldrol in retail voor andere steden. Een voorbeeldrol in smart shopping om precies te zijn. Hester Bunnik leidt sinds de zomer namens de gemeente een programma om innovatie in winkelgebieden te stimuleren. Centraal hierin staat de versterkende wisselwerking tussen off- en online diensten.

Nieuwe technologieën worden omarmd om fysieke retail te ondersteunen. Den Haag heeft de juiste retail-structuur om te kunnen innoveren, stelt Bunnik. “De basis is op orde. Veel winkelgebieden zijn goed georganiseerd en hebben een eigen DNA; een sfeer die het winkelgebied uniek maakt.” Met smart shopping wordt de volgende stap gezet. Hierbij is het de uitdaging voor winkelgebieden om niet direct in middelen te denken en de eerste de beste app te lanceren, want dan blijft succes namelijk vaak uit.

Het belang van kwalitatief hoogwaardige content en bereik wordt vaak vergeten, weet Bunnik. “Consumenten zijn ongeduldig. Zodra iets niet werkt of wanneer ze niet vinden wat ze zoeken, zijn ze weg. Wij werken aan structurele oplossingen waarin we content zodanig organiseren dat deze via één centrale bron in meerdere kanalen kan worden toegepast. Een ecosysteem voor open data noemen we dit.”

"We gaan voor een trekkersrol in kennis en innovatie in retail.”

Slimme tools

Het neemt niet weg dat Den Haag ook kijkt naar online toepassingen waarin informatie en services voor de bezoeker worden gebundeld. Maar alleen op een slimme manier. Zo wordt er bijvoorbeeld gewerkt aan een smart parking tool en een virtuele winkelstraat. Ook speelt de online zichtbaarheid op bestaande platformen een rol. Dit wordt vaak vergeten door winkels en winkelgebieden die zich voornamelijk focussen op hun eigen website en daar weinig bezoekers naartoe weten te trekken.

Bunnik: “We willen consumenten tijdens hun bezoek aan Den Haag kunnen voorzien van precies die informatie waar zij naar op zoek zijn. Wij zien het als onze taak om hier de basis voor te ontwikkelen en ondernemers in Den Haag de juiste kennis en tools te bieden om dit toe te passen.”

De grote omvang van het project maakt volgens Bunnik dat de overheid de aangewezen partij is om het op te pakken. Op die manier is het ook mogelijk om kennis te bundelen en te delen. “We zijn als grote gemeente op een interessante zoektocht, die veel kennis oplevert. Die kennis delen we graag, zoals we in de Store of the Future bijvoorbeeld doen. We gaan voor een trekkersrol in kennis en innovatie in retail.”

Bedrijven Investeringszones

Den Haag kent momenteel tweeëntwintig  Bedrijven Investeringszones, ook wel BIZ’en genoemd. Kort gesteld is de werkwijze dat ondernemers in een bepaald gebied samen een businessplan maken voor hun omgeving.

Wanneer na stemming over dit plan blijkt dat een meerderheid er positief tegenover staat, dan wordt de BIZ van kracht. Vervolgens wordt een specifieke belasting geheven bij alle aanwezige bedrijven. Dit geld, (gemiddeld een budget van vijftig duizend euro), komt direct beschikbaar voor het bestuur van de BIZ om plannen uit te voeren. Veel gebruikte doelen zijn het schoon, heel en veilig maken en houden van gebieden, legt Senior Beleidsadviseur Retail Martijn van Dam uit. Wanneer die zaken op orde zijn, worden veelal stappen gezet als het verder aankleden van gebieden, het organiseren van evenementen en het verbeteren van de online aanwezigheid. Bunnik: “Het gaat om meerjarenplannen, dat geeft stabiliteit. Het Zeeheldenkwartier heeft zich bijvoorbeeld goed weten door te ontwikkelen en is een succesvolle, levendige buurt geworden. Door de BIZ is de professionaliteit van veel gebieden er flink op vooruit gegaan.”