Albert Jan Thomassen

Albert Jan Thomassen
Directeur FBNed, Vereninging Famliebedrijven Nederland

BNed is een inspirerend netwerk voor familiebedrijven en ondernemende families. De leden komen regelmatig bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. “Dat is heel nuttig”, vertelt Thomassen. “De laatste tijd wordt er veel gesproken over professionalisering van het ondernemingsbestuur.

Er wordt steeds vaker gekozen voor een raad van advies of een raad van commissarissen. Ook de samenstelling van het management wordt vaker op kwaliteit gestuurd. De juiste mensen aan boord halen en houden.”

Opvolging

De opvolging blijft een hot item. “Veel familiebedrijven krijgen de komende jaren te maken met de wisseling van de wacht. Jammer genoeg wordt in veel gevallen nog steeds te laat begonnen met de voorbereiding hiervan.

Bij ongeveer 70% wordt de opvolging niet goed gepland. Een van de redenen hiervoor is omdat men vindt dat het niet urgent is. De dagelijkse gang van zaken gaat voor. Het heeft ook te maken met het moeilijk los kunnen laten. Hieraan moet meer aandacht worden besteed, omdat de opvolgingskwestie een kritische fase kan zijn in het voortbestaan van het familiebedrijf.”

Kansen over de grens

“Internationalisering biedt kansen. We zien in Nederland een tweedeling in het bedrijfsleven.Voor een bedrijf dat alleen nationaal opereert is het lastiger overleven dan voor een bedrijf dat ook internationaal werkt. Dat zou ervoor kunnen pleiten om je vleugels uit te slaan.

In de praktijk zien we dat ook veel gebeuren. In Europa hebben we te maken met een krimpende en verzadigde markt. De echte kansen liggen in Zuid Amerika, Afrika en Azië. De stap naar internationalisering wordt vaak gezet na opvolging door de volgende generatie.”

Investeren in duurzaamheid doen familiebedrijven al veel langer.

Innovatie en investeringen

Innovatie en de daarmee gepaard gaande investeringen, komen ook nadrukkelijker aan bod na een opvolging, volgens Thomassen. “Voor vernieuwing is wel geld nodig. Omdat het waarschijnlijk de komende jaren lastig blijft om bancaire financiering te krijgen, moeten andere financieringsbronnen worden aangeboord, zoals familie-investeringsmaatschappijen en andere private equity bedrijven.

Investeren in duurzaamheid doen familiebedrijven – in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht – al veel langer. Dat past bij het rentmeesterschap: zuinig zijn op mensen, middelen en geld. Alleen treden ze daar te weinig mee naar buiten.”

Credits verdienen

Beter voor de eigen PR zorgen is iets wat veel meer moet gebeuren, vindt Thomassen. “Dat dringt inmiddels ook door, ondersteund met initiatieven zoals de Familiebedrijven Award, een initiatief van John Fentener van Vlissingen.

Familiebedrijven verdienen de credits voor hun belangrijke rol in Nederland. Ze realiseren immers ruim 50 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en zorgen ook nog eens een keer voor bijna 50 procent van onze werkgelegenheid.”