“Daar is nog een wereld te winnen”, aldus Suzanne Wijers, uitgever van platform voor familiebedrijven Fambizz. Ze wijst op gemiste kansen en geeft een aantal waardevolle tips.

Meer dan de helft van de Nederlandse bedrijven is een familiebedrijf. Zij hebben te maken met andere vraagstukken dan niet-familiebedrijven. “Voor die grote groep was er nog geen specifiek medium”, vertelt Wijers.

“Wij zijn in dat gat gesprongen en bieden veel informatie waarmee deze ondernemers hun voordeel kunnen doen. We helpen ook mee om deze bijzondere bedrijfsvorm meer onder de aandacht te brengen bij een breder publiek en ondersteunen familiebedrijven die hun eigen communicatiekanalen willen verbeteren.”

Stappen zetten

Bij externe communicatie valt Wijers de bescheidenheid van familiebedrijven op. “Daar zijn we immers groot mee geworden, is de gedachte. En inderdaad, in de crisisjaren heeft hen dat waarschijnlijk ook heel erg geholpen. Maar op een gegeven moment loop je met dat devies het risico ingehaald te worden. Zeker nu verschillende traditionele spelers het afleggen tegen start-ups en disruptieve technologieën, moeten zij zichzelf opnieuw uitvinden en zichzelf beter positioneren. Misschien mogen ze wel iets meer van zichzelf laten zien.”

Ook wat betreft de inzet van social media blijken familiebedrijven huiverig. Uit onderzoek dat Fambizz met Flynth en MKB Adviseurs uitvoerde, blijkt dat driekwart van de familiebedrijven geen gebruik van social media maakt. “Bijna 20 procent van de niet-familiebedrijven haalt via LinkedIn opdrachten binnen. Bij familiebedrijven is dat iets meer dan 10 procent. Daar kunnen ze dus veel meer uithalen. Het draait om uitstraling.

Laat zien wie en wat je bent en gebruik de moderne media. Anders mis je kansen. Kijk bijvoorbeeld naar Van Bommel. Als je op hun website komt, straalt het familiekarakter er van af. Slim, want familiebedrijven hebben de naam betrouwbaar en solide te zijn. Je krijgt er dus meteen een bepaald gevoel bij.”

Zaken niet uitspreken

In haar werk heeft Wijers regelmatig de kans om in de “keuken” van familiebedrijven te kijken. Ze constateert dat naast de externe ook de interne communicatie vaak beter kan. “Dat is ook best lastig.

Hoe vertel je een zoon dat je hem niet geschikt vindt voor een actieve rol in het bedrijf? Of hoe ga je als zoon of dochter om met ouders die er zomaar vanuit gaan dat jij wel in hun voetstappen treedt? Daar gaat nog regelmatig het nodige mis. Men gaat uit van vooronderstellingen en zaken worden niet uitgesproken.”