In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken heeft Nyenrode Business Universiteit vorig jaar de harde feiten op tafel gelegd: 69% van alle ondernemingen met werknemers is een familiebedrijf. Dat betekent dat 266.000 ondernemende families verantwoordelijk zijn voor 49% van de werkgelegenheid en 53% van het Bruto Nationaal Product.

Sterke punten

Dat familiebedrijven de meeste voorkomende ondernemingsvorm en de grootste werkgever zijn komt door een aantal intrinsiek sterke punten:

  • Ze zijn gericht op de lange termijn (geen exit strategie);
  • Er is een snelle besluitvorming mogelijk (aandeelhouders en management zijn vaak dezelfde personen);
  • De continuïteit wordt gewaarborgd (winst is daarvoor een middel, geen doel);
  • Er heerst een sterke bedrijfscultuur (betrokkenheid, loyaliteit, zichtbare eigenaar);
  • Er is sprake van ondernemerschap (kansen zien, pakken en tegelijkertijd het neerwaarts risico beperken).

Specifieke uitdagingen

Net zoals iedereen staan de ook familiebedrijven in de huidige crisis voor grote uitdagingen om hun positie in de markt te behouden. Echter, de betrokken families hebben te maken met specifieke uitdagingen die soms makkelijk onderschat worden. Op een drietal uitdagingen wil ik daarom in dit voorwoord dieper ingaan.

1. Bedrijfsopvolging

Het tijdig bespreken en voorbereiden van de bedrijfsopvolging kan nogal eens op zich laten wachten. Het heeft geen prioriteit ten opzichte van de dagelijkse gang van zaken. De klant gaat immers voor.

Maar een goed geregelde bedrijfsopvolging is de belangrijkste investering in de toekomst van het familiebedrijf. Dat vergt tijd om te inventariseren wat de wensen van de ondernemer en opvolgers zijn; wat het bedrijf nodig heeft. Maar het vergt ook aandacht en rust voor de ondernemer zelf om bepaalde zaken te kunnen loslaten en voor de opvolger(s) om de ervaring, ambitie en het zelfvertrouwen te ontwikkelen om het stokje over te kunnen nemen.

2. MVO en filantropie

Een andere uitdaging betreft maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en filantropie. Tot voor kort was MVO echt het domein van familiebedrijven. Veel families hebben een intrinsieke overtuiging, vanuit verantwoordelijkheid voor de continuïteit en betrokkenheid bij de gemeenschap, dat zij moeten bijdragen aan die gemeenschap en goed willen doen.

Dit voordeel ten opzichte van concurrenten, maar ook op de arbeidsmarkt, verdwijnt nu MVO en filantropie steeds vaker een integraal onderdeel is van iedere bedrijfsstrategie. Het is dus niet meer iets waarmee het familiebedrijf zich duidelijk kan onderscheiden van de niet-familiebedrijven.

3. Raad van Commissarissen

Voor familiebedrijven die overwegen om een Raad van Commissarissen in te stellen of deze al langere tijd hebben breken onzekere tijden aan. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen dat een persoon maximaal vijf commissariaten mag vervullen bij grote vennootschappen dan wordt het aantrekken van deskundige commissarissen een groot probleem. Daarom vind ik het wetsvoorstel een bijzonder slecht idee.

De politiek beoogt de kwaliteit van toezicht in Nederland te verhogen maar zij bereikt met dit wetsvoorstel mijns inziens het tegenovergestelde. Goede toezichthouders zijn (te) weinig inzetbaar. Familiebedrijven staan dus voor de grote uitdaging om goede commissarissen aan zich te binden maar krijgen te maken met grote concurrentie op dit vlak.