Omdat hier weinig over bekend is, richtte de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit (Rotterdam) in 2012 het Erasmus Centre for Family Business op.

Een vooruitstrevend onderzoeksinstituut met veel aandacht voor het praktische gebruik van de uitkomsten van de diverse onderzoeken. Hans van Oosterhout is als hoogleraar corporate governance betrokken bij dit onderzoeksinstituut.

Wat is de missie van het Centre for Family Business?

“Met het Erasmus Centre for Family Business willen we bijdragen aan de ontwikkeling en de levensvatbaarheid van familiebedrijven op lange termijn. We onderzoeken de unieke aspecten en uitdagingen van familiebedrijven over de hele wereld.

Over beursgenoteerde ondernemingen weten we heel veel. Door de informatieplicht zijn er veel gegevens openbaar. Bij familiebedrijven is dat niet zo. Die informatie halen we handmatig uit allerlei bronnen. In Rotterdam willen we deze gegevens systematisch gaan bijhouden.”

Ownership and governance representeren de interne dynamiek waarmee een familiebedrijf te maken heeft.

Wat voor soorten onderzoek doen jullie?

“Aan de ene kant naar ownership and governance; aan de andere kant naar de strategische vraagstukken waarmee familiebedrijven bij uitstek te maken hebben. Ownership and governance representeren de interne dynamiek waarmee een familiebedrijf te maken heeft. We weten bijvoorbeeld uit onderzoek dat bij grote bedrijven de eerste generatie veel waarde creëert.

De tweede generatie doet dat veel minder, per saldo vernietigen zij waarde. Zij zijn over het algemeen conservatiever en maken andere strategische keuzes. Ze zijn minder ondernemend en financieren minder met vreemd vermogen. Dit betekent dat ze meer intern gericht zijn en ook minder aan internationalisering doen. Ze hebben meer insiders in the board en zijn vooral bezig met het behouden van waarde.

Onderzoek toont aan dat dit niet goed is. Bij de volgende generaties ebt dit conservatieve effect langzaam weg. Bij de vierde generatie is het in de regel afgelopen met het familiebedrijf. Het is volgens mij de een grote uitdaging om de ondernemersgeest over alle generaties heen te behouden. Onze onderzoeken kunnen daarbij helpen.

“Strategie is het tweede onderdeel. Dat heeft vooral te maken met zaken als investeren en innoveren. Hoe oud is het productportfolio, op welke terreinen moeten vernieuwingen worden doorgevoerd, waar kan worden uitgebreid? Die ontwikkelingen lopen parallel aan die van ownership and governance. Die samenloop kan een groot probleem zijn.

Een voorbeeld? Prada deed een aantal niet succesvolle overnames. Daarmee bouwden ze een grote schuld op. Tegelijkertijd wilden ze in Azië sterk uitbreiden. Hoe moesten ze dat financieren? Vreemd vermogen was niet beschikbaar door de grote schuld. Met de uitgifte van aandelen zou de controle over het concern uit handen worden gegeven.

Uiteindelijk werd besloten om in Hongkong met een minderheidsbelang naar de beurs te gaan. Het gevolg: het mislukken van strategische acquisities leidt uiteindelijk tot het uit handen geven van een deel van het eigendom. Strategische beslissingen zijn dus van invloed op ownership and governance.”

We gebruiken de cases niet alleen in ons onderwijs, maar we stellen ze ook ter beschikking aan familiebedrijven om ze te helpen.

Wie profiteren van het onderzoek?

“We doen twee soorten onderzoek. Dat is allereerst statistisch onderzoek op basis van grote getallen en unieke data. Daarmee proberen we “evidence-based” kennis over familie bedrijven te genereren. Die aldus opgedane kennis vertalen we vervolgens naar cases, om de praktische waarde van ons onderzoek over te kunnen brengen.

We zoeken dan naar een bedrijf waar een bepaald vraagstuk aan de orde is waarvan we weten hoe dat statistisch gezien (gemiddeld) zal uitpakken. Op basis van deze kennis nemen we het perspectief van de manager in, en kunnen we vervolgens de stappen doorlopen om tot een goede afweging van alternatieven te komen. We gebruiken de cases niet alleen in ons onderwijs, maar we stellen ze ook ter beschikking aan familiebedrijven om ze te helpen de unieke uitdagingen waarmee ze te maken krijgen tegemoet te treden.

We communiceren onze onderzoeksresultaten ook tijdens bijeenkomsten waarvoor alleen familiebedrijven worden uitgenodigd. Vaak staat er dan één thema centraal. Een voorbeeld? Wanneer en onder welke condities stel je een externe CEO aan en wat zijn de kosten en baten? Of hoe kan een familiebedrijf filantropie professioneel aanpakken? Op die manier maken we wetenschappelijke kennis ook praktisch relevant, en kunnen we zelf ook toetsen of onze onderzoeken hout snijden. Daar leren wij ook weer van.”

Welke kansen ziet u voor familiebedrijven?

“Ik zie heel succesvolle familiebedrijven die in niches opereren. Ze bieden heel specifieke producten of diensten aan. Denk aan bedrijven als Van Oord, met hun recente participatie in het Gemini windpark. Of bedrijven als Heerema en AllSeas, die heel grote investeringen doen in unieke schepen voor de offshore industrie. Dat zijn bedrijven die een stukje Hollands glorie uitstralen.

Kijk bijvoorbeeld ook naar Paques uit Balk. Die maken bioreactoren die de hele wereld over gaan. Dat bedrijf groeit als kool. Familiebedrijven doen het vooral goed als ze producten of diensten aanbieden die baat hebben bij de unieke karakteristieken van familiebedrijven. Een langetermijnstrategie bijvoorbeeld, of het hebben van een sterke focus. Binnen het Erasmus Centre for Family Business kunnen wij familiebedrijven helpen hun sterke kanten nog beter te benutten.”