De groei is in Nederland niet meer zo makkelijk te vinden en vormt bij kleine familiebedrijven al helemaal een uitdaging, zegt Hans Biesheuvel. De oud-voorzitter van MKB-Nederland en initiatiefnemer van Ondernemend Nederland vindt dat ondernemers “hun vleugels moeten uitslaan.” “Gelukkig doen jonge ondernemers dat vaak al.”

De grens over

Toch kan het beter, denkt Ilse Matser. Ze is lector Familiebedrijven en directeur van het Nederlands Centrum voor het Familiebedrijf en presenteerde het rapport “Internationalisering door familiebedrijven”. Grote familiebedrijven die over de grens zakendoen presteren beter, zegt ze. “En ondernemers in internationaal actieve family businesses bevelen dat anderen ook van harte aan, zo blijkt uit het onderzoek.

Vaak draagt de kracht van het familiebedrijf -soms onbewust- bij aan succes. Er is meestal immers een goed netwerk aanwezig en alleen al het feit dat men een familiebedrijf is, kan bij buitenlandse partners als voordeel werken omdat het vertrouwen wekt.”

Drempels

In dat opzicht, stelt ze, kunnen familiebedrijven zich onderscheiden van niet-familiebedrijven. “Het draait daarbij natuurlijk wel om de kracht van het ondernemerschap en om dat van de opvolger.

In de praktijk moeten veel familieondernemingen echter een drempel over voor ze internationaal gaan.”
Die drempel lijkt vooral te liggen in de aversie jegens risico’s waar deze ondernemers nogal eens patent op hebben, zo menen de twee.

Matser: “Voorheen was de thuismarkt relatief groter, en de noodzaak om de grens over te gaan minder aanwezig. Momenteel zijn er bedrijven die zich in de crisis staande houden dankzij hun activiteiten internationaal.”

Een andere en misschien wel de grootste hobbel is de financiering, stipt Biesheuvel aan. “Die vormt een zeer grote uitdaging, ook voor het familiebedrijf. Er is weinig beschikbaarheid van groeikapitaal, hetgeen bijna een groeibreker is. Ik vind dat zorgelijk.”

Het vinden van de juiste partners en know-how is volgens Matser een andere uitdaging. “Helaas is er vaak weerstand tegen het noodzakelijke aantrekken van externe expertise en is men bang de controle te verliezen. Maar het is juist zinvol om iemand in te schakelen die het trucje van internationaal ondernemen al kent, en die je bijvoorbeeld middels een plek in de Raad van Commissarissen of het management team bijstaat.”

Kleine bedrijven de toekomst

Voor wie het wil zien liggen de kansen overal, vindt Biesheuvel, die terugdenkt aan de tijd waarin hij als ondernemer de hele wereld overging om verfkwasten en schroevendraaiers te verkopen. “Vakkennis moet je kracht zijn, maar belangrijker nog is gedrevenheid.

Ondernemers moeten nooit denken dat ze te klein zijn voor succes in het buitenland. Kleine bedrijven hebben juist de toekomst. Ze zijn wendbaar en dus in staat om zich continu aan te passen.” Daarbij is het volgens Matser zinvol om de internationale activiteiten klein en stapsgewijs te beginnen. “Familiebedrijven kunnen vaak bogen op een trackrecord aan ervaring en expertise. Gebruik die dus.”