Deze masterclass is bedoeld voor Young Potentials binnen familiebedrijven en laat ze kennis maken met alle facetten van het familiebedrijf in een wetenschappelijke leeromgeving. Zo vindt de familie al vroegtijdig oplossingen op vraagstukken, die de kwaliteit en de continuïteit van het familiebedrijf kunnen waarborgen.

De drie gesprekspartners hebben een passie voor familiebedrijven en vinden ook hun roots binnen deze belangrijke bedrijfsvorm. Jeannette van den Ingh, Gérard Lentz en Roberto Flören. De eerste twee vormen samen met Kees Burghgraef De Nieuwe Traditie, een coöperatie tussen Familieopvolging, Familie, Talent & Bedrijf en Familie Management.

Roberto Flören is sinds 2002 hoogleraar familiebedrijven aan Nyenrode en samen met Marta Berent-Braun, assistant professor, leiden zij de Masterclass Familie, Talent en Bedrijf.

Passie en daadkracht

Roberto Flören doet veel onderzoek naar de positie van familiebedrijven. “Familiebedrijven zijn met ongeveer 70 procent van alle bedrijven de dominantste vorm van ondernemerschap in de wereld. Er bestaan wel grote verschillen tussen landen. Zo wordt het percentage familiebedrijven in Italië geschat boven de 90 procent, terwijl de landen van het voormalig Oostblok slechts weinig familiebedrijven kennen.

Ook in Nederland is het familiebedrijf met 70 procent de meest voorkomende ondernemingsvorm. Dat zijn ongeveer 260.000 bedrijven. Bovendien zijn ze goed voor de helft van de werkgelegenheid en van het Bruto Nationaal Product (BNP). Ook tijdens de crisis bewezen ze hun kracht door het beter te doen dan de niet-familiebedrijven. De redenen daarvoor zijn onder meer het hebben van een langetermijnperspectief.

Ook wordt er minder gebruik gemaakt van externe financiering en hebben de bedrijven een hoge solvabiliteit. Het belangrijkste vind ik de aanwezigheid van passie en daadkracht. En – ook niet onbelangrijk – rentmeesterschap. “Ik heb het bedrijf niet overgenomen van mijn ouders, maar te leen van mijn kinderen”, hoor ik regelmatig.”

70 procent van de potentiële opvolgers twijfelt over een actieve rol in het familiebedrijf.

Succesvol blijven

Gérard Lentz onderschrijft de analyse van Flören. “Toch zijn er ook vraagstukken die de continuïteit in de weg kunnen staan. De opvolging bijvoorbeeld. Onderzoek wijst uit dat 70 procent van de potentiële opvolgers twijfelt over een actieve rol in het familiebedrijf.

Als je aan families vraagt wat belangrijk is bij opvolging, dan noemen ze continuïteit van het bedrijf. Dat is toch vaak lastig bij opvolging. “We zijn te lief geweest voor de familie, daardoor bestaat het bedrijf niet meer, of we hebben een beslissing genomen waardoor de familie uit elkaar is gevallen”. Daar moet je een balans in zien te vinden en je kunt een aantal maatregelen nemen om problemen te voorkomen.

Begin op tijd met het opvolgingsvraagstuk. Durf na te denken over de eindigheid van het werkzame bestaan en praat daarover binnen de familie. Wees eerlijk en duidelijk.” Jeannette van den Ingh vult aan: “Natuurlijk weten we uit ervaring dat familiebedrijven van generatie op generatie succesvol willen blijven. Dergelijke bedrijven hebben een sterke familiecultuur. Bovendien zijn de opvolgers bereid gedisciplineerd te werken aan hun persoonlijke ontwikkeling en daarnaast staan families open voor extern management.

Op basis van deze kenmerken organiseren wij onze activiteiten om familiebedrijven te ondersteunen. De eerste is de opvolging, de tweede de leerprogramma’s en familietafels, de derde het extern management.”

Zoeken naar juiste inzichten

Het opvolgingsvraagstuk is van alle tijden. “Vroeger ging dat automatisch”, benadrukt Roberto Flören. “Sinds de individualisering in de jaren 90 van de vorige eeuw kunnen de kinderen keuzes maken. Daarnaast zie je dat kinderen gemiddeld hoger zijn opgeleid dan de ouders. Hun mogelijkheden nemen dus toe; het familiebedrijf is een van de opties.

Het moment om in het familiebedrijf te stappen, wordt langer uitgesteld. De ouders staan nog gezond aan het roer, vaak zijn er meerdere kinderen en de eventuele opvolgers hebben nog de tijd om erover na te denken. Toch leeft de vraag: welke positie ga ik straks innemen?  Ze hebben hier ongestoord de tijd om daarover na te denken en om er met andere “lotgenoten” hierover te praten.”

"Als we met onze aanpak families een stap verder kunnen brengen, geeft dat veel voldoening.“

Geïnspireerd en gemotiveerd

De levensloop van familie en bedrijf en de persoonlijke leiderschapsontwikkeling van de deelnemers staan centraal tijdens de masterclass. Gérard Lentz: “Twintig young potentials zijn hier vijf dagen te gast. Ze leren, discussiëren, reflecteren en evalueren. Ze raken geïnspireerd en gemotiveerd. Ze komen in contact met verschillende experts op het gebied van familiebedrijven en talentmanagement.

De beginvraag is altijd: “Waar sta ik ten opzichte van het familiebedrijf”. Wij spreken ze aan op dit vraagstuk en zijn in staat om ze daarover in hun eigen tempo na te laten denken. En dat gaat verder dan alleen de financiële kant van de vraag. We proberen uit te komen op de kern van wat de deelnemers bezield. Wie ben je en wat wil je zijn? Welke rol wil je spelen binnen het familiebedrijf? Heb je daar bijvoorbeeld al eens met je ouders over gesproken? Daar hoort ook de gevoelscomponent bij.

De ouders zijn er op de laatste dag bij als de deelnemers hun presentaties houden. Er worden dan heel persoonlijke woorden gesproken. Dat levert altijd weer bijzondere momenten op.“ Jeannette van den Ingh: “Ik vind de masterclass geslaagd als ik op de eindborrel zie dat de vaders en moeders met de kinderen mengen, in een verwonderde, tevreden en trotse sfeer.

De kinderen hebben geleerd zich een eigen mening te vormen. Er zijn keuzes gemaakt. Daar hebben ze de rest van hun leven veel aan. Door ze te volgen, zien we ook dat ze mooie stappen maken. Wij geloven in de kracht van het familiebedrijf. Dus als we met onze aanpak families een stap verder kunnen brengen, geeft dat veel voldoening.“