Een fusie of overname heeft voor ieder bedrijf gevolgen: voor de directie, voor medewerkers en financieel gezien in ieder geval ook voor de aandeelhouder. Maar waar bij een ‘gewone’ grote onderneming de bestuurders een transactie voorbereiden en aan aandeelhouders voorleggen, zitten aandeelhouders van een familiebedrijf al in een veel eerder stadium aan tafel, vertelt Visser.

“Zij zijn ook directeur, of op een andere manier betrokken. Ze voelen het direct in hun portemonnee en kijken goed naar risico’s. Bovendien hechten ze waarde aan reputatie: past het bedrijf waar we mee in zee gaan wel bij ons?”

Geen krenten uit de pap

De behouden insteek wordt mogelijk versterkt door de economische situatie. “Je ziet in het algemeen dat sterke bedrijven het geld wel hebben, maar de situatie nu te onzeker vinden voor een overname. Liever kiezen ze de krenten uit de pap en nemen ze alleen bepaalde onderdelen over.

Familiebedrijven prefereren honderd procent zeggenschap. Hebben ze daarvoor het geld niet, dan maar niet, redeneren ze.” Voor mogelijke overnames wordt ook wel naar het buitenland gekeken, weet Visser, maar familiebedrijven proberen toch vooral in Nederland uit te breiden. “Meestal hebben deze bedrijven geen buitenlandse bestuurders en zijn zij minder internationaal georiënteerd. En als er wel een sterke connectie is, is die meestal aan personen gerelateerd, waardoor de focus op één land ligt.”

Trusted advisor

Hoewel Visser in de toegenomen rol van adviseurs bij familiebedrijven een trend ziet, gaan zij daar op hun eigen wijze mee om. “Estateplanning is in trek en er komen dus ook meer ‘trusted advisors’ rond de familie.

Adviseurs van grote vennootschappen bekijken fusies en overnames met een technische blik: wat blijft er onder de streep over? Op die business case wordt doorgaans het besluit gefundeerd. Familiebedrijven zeggen na het advies: dank u wel, en nu maken we onze eigen afweging. Hun emotionele betrokkenheid is groter.”