‘Je ziet dat familiebedrijven in dit gat springen’, vertellen Maarten Merkus en Olaf Leurs, belastingadviseurs bij KPMG Meijburg & Co. Merkus: “Investeerders die hun aandelen in het familiebedrijf hebben verkocht of hun bedrijf van de hand hebben gedaan, willen niet stilzitten.

Het zijn in de meeste gevallen ondernemers die de drang hebben om te investeren. Ze nemen een aandeel in een start-up, omdat ze erin geloven en verbinden zich als adviseur of commissaris aan de onderneming.’ Leurs vult aan: ‘Wat je ook ziet,is dat investeren in een start-up onderdeel uitmaakt van het totaalportfolio van een familiebedrijf.”

Vraag: Steeds meer familiebedrijven investeren in start-ups en andere bedrijven. Waar komt deze tendens vandaan en waarom is het fiscaal aantrekkelijk?

Antwoord: Niet alleen zit ondernemen in het bloed van deze groep ondernemers, via deze weg stellen ze tevens hun vermogen veilig voor de volgende generatie.

Voordelen voor start-ups

Voor start-ups kent het vele voordelen als een investeerder vanuit een familiebedrijf aandelen in hun onderneming koopt. Merkus: “Waar een bank slechts een lening verstrekt, brengen de aandeelhouders kennis en een netwerk het bedrijf binnen. Het zijn vaak ondernemers die investeren in markten die ze goed kennen.”

Bovendien is deze groep over het algemeen meer betrokken bij de onderneming dan private equity investeerders, voegt Leurs toe. “Daar komt nog bij dat investeerders van familiebedrijven vaak voor een langere termijn investeren dan private equity investeerders. Laatstgenoemde partijen hebben een kortere tijdshorizon.”

Vermogen in aandelen

Los van de kennis, de betrokkenheid en de ondernemerszin van familiebedrijven, zijn er ook fiscale voordelen verbonden aan investeren in start-ups en andere ondernemingen. Merkus: “Tot voor kort bracht men zijn vermogen voornamelijk onder bij banken en in onroerend goed. Dat is fiscaal onaantrekkelijk gemaakt door de verandering in regel- en wetgeving.

Om een voorbeeld te noemen: een BV heeft na verkoop van een werkmaatschappij € 100 miljoen op de bank. Bij het overlijden van de DGA, moeten de erven daar per saldo ongeveer 40% belasting over betalen. Doordat het vermogen van familie en bedrijf zo verweven zijn, betekent dit bij de meeste familiebedrijven een grote hap uit het vermogen van het bedrijf.

Ben je echter aandeelhouder en heb je de aandelen ondergebracht in een BV waar een actieve onderneming in zit, dan is de erfgenaam aan het eind van de rit slechts 3,4%  aan belasting kwijt.” (Zie kolom voor details.) Niet alleen is dit aantrekkelijker als het gaat om erfgenamen.

Leurs: “Ook aandeelhouders die een werkmaatschappij verkopen, doen er goed aan om het vermogen dat vrijkomt in de houdstervennootschap opnieuw te investeren vanuit deze B.V. Dat voorkomt dat er 25% aanmerkelijk belangheffing moet worden betaald. Door de werking van de deelnemingsvrijstelling is het bedrijf meestal zonder belastingheffing verkocht. Datzelfde kan ook weer bereikt worden met investeringen in start ups.”

BV of VBI?

Als toch de wens bestaat om te beleggen in beursaandelen en obligaties kan de BV ook worden omgezet in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI), aldus Leurs. Een VBI is een NV of fonds voor gemene rekening, die vrijgesteld is van vennootschapsbelasting en dividendbelasting.

“Het nadeel van een VBI is dat je alleen mag investeren in effecten, opties, derivatencontracten en deposito’s. Je kan geen vastgoed kopen en ook geen leningen verstrekken.” In de praktijk wordt een BV dan vaak gesplitst in een VBI voor de echte beleggingen en een houdster BV voor de investeringen in bijvoorbeeld start ups.

Wil je investeringen kunnen doen én ondernemen, dan is het dus beter om vanuit de BV te werken. “Zorg er dan wel voor dat je meer dan vijf procent aandelen verkrijgt in een bedrijf”, aldus Merkus en Leurs. “Pas dan kun je het rendement op je investering onbelast in de BV ontvangen. Uiteraard loop je met aandelen in start ups meer risico, maar je deelt ook meer in de winst als het bedrijf succesvol is.”