Een goede samenwerking tussen alle betrokken partijen lijkt de sleutel tot dit succes. Daphne Bergman: “Gouda was al een keer eerder genomineerd en de opmerkingen van de toenmalige jury hebben wij ter harte genomen.

Aantrekkelijke dynamiek

Er is de laatste jaren veel verbeterd aan de infrastructuur. Er zijn nu overal parkeergarages op korte afstand van het centrum. Een aantal van onze monumentale panden kreeg een nieuwe bestemming, vaak gekoppeld met horeca. Er is meer gestuurd op beleving; een totaalplaatje. Zo kan men er niet alleen winkelen, maar ook wat eten of drinken en cultuur ‘snuiven’.”

Bergman noemt Gouda een verborgen parel. “Gouda heeft een centrumfunctie voor de regio en biedt ruimte aan landelijke ketens, maar ook aan regionale en lokale ondernemingen. Er heerst hier een voortdurende dynamiek en de wil om met elkaar de stad steeds beter te maken.”

De volle evenementenagenda van Gouda is goed voor de retail, doordat veel evenementen zijn verbonden met retailers en cultuurinstellingen. “De gezamenlijke aanpak werpt zijn vruchten af. De samenwerking tussen ondernemers, de gemeente en andere partijen zorgt voor een bruisend stadshart waar het voor iedereen goed toeven is.

Gouda ziet een teruglopende leegstand in de aanloopstraten naar het centrum door een actieve benadering van de eigenaren. Hierdoor ontstaan pop-up stores die panden weer in de belangstelling plaatsen. Het aantal concept-stores groeit ook gestaag.”

Andere benadering

Korte lijnen, een hands-on mentaliteit en investeringen ook door ondernemers zelf zorgen voor de veranderingen. “De gemeente doet er alles aan om het ondernemers zo gemakkelijk mogelijk te maken. Het is niet ‘nee, tenzij, maar ja, mits’.

Een voorbeeld is de kop van de Kleiweg waar op dit moment veel leegstand is. Door samenwerking tussen gemeenten, ondernemers, makelaars en vastgoedontwikkelaars, ligt er nu een prachtig plan waardoor dit gebied echt een facelift krijgt en aantrekkelijker wordt voor vestiging. Alle partijen betalen mee aan de uitvoering van dit plan. De wijziging van het bestemmingsplan wordt in 2016 in de raad behandeld.

Een ander voorbeeld is het experimenteel uitstallingenbeleid dat de gemeente voert, dat een beroep doet op de creativiteit van de ondernemer en tegelijk het straatbeeld verfraait. Kledingrekken en sandwichborden mogen niet, maar originele objecten die verwijzen naar de winkel, zoals een grote pot met verfkwast voor een verfspeciaalzaak of een ooievaarsnest voor een zwangerschapswinkel mogen wel.”

“Er is in korte tijd al zoveel bereikt."

Bibliotheek wint prijs

Centrummanager Ronald van Rossum is ook bijzonder enthousiast. Vanwege de prijs, maar meer nog vanwege de samenwerking tussen alle partijen. “Er is in korte tijd al zoveel bereikt: de ontwikkeling van hotspots, ‘places to be ’, naast de traditionele bezoekdoelen als winkelen en uitgaan. Bijvoorbeeld de herontwikkeling van de Garenspinnerij tot een multifunctioneel centrum met muziekschool, centrum voor cultuureducatie, jeugdtheaterhuis en poppodium.

Ook LF Gouda is een mooi voorbeeld. Deze oude elektriciteitscentrale stond al tijden leeg. Nu is er horeca in gevestigd en de industriële stijl is behouden. En natuurlijk de herontwikkeling van de bibliotheek: de Chocoladefabriek. Deze werd in november uitgeroepen tot beste bibliotheek van Nederland. In de gedeelde huisvesting is ook de drukkerswerkplaats, het streekarchief en eigentijdse horeca gevestigd.”

Ook het monumentale stadhuis op de Markt, vroeger alleen toegankelijk voor hen die er werkten, wordt nu geëxploiteerd door een private partij waardoor het een bruisend middelpunt van het centrum is geworden.

Herontwikkeling

Van Rossum stelt dat de samenwerking tussen alle partijen zorgt voor een andere beleving van de binnenstad. “Soms zijn het kleine aanpassingen die het prettiger maken, zoals het plaatsen van plantenbakken of het neerleggen van fleurige kussentjes. Soms zijn het grote herontwikkelingen zoals de duurzame herontwikkeling van de Kleiweg 24-48.

Dit project won in 2014 de jaarprijs van de Nederlandse Raad van Winkelcentra. De straat kreeg door de gewaagde transformatie van een aantal verouderde winkelpanden een ander aanzien waardoor het er prettiger winkelen is, ook omdat er nu grote ketens gevestigd zijn.” Van Rossum is blij met de huidige aanpak en wil deze zeker vasthouden: “Iedereen doet waar hij goed in is, en dat dan gezamenlijk.”

Het is klein begonnen en groeide snel uit door de behaalde resultaten en een goed programma.

Doe platform

Gerard van Erk is voorzitter van de Samenwerkende Ondernemingsverenigingen Gouda (SOG). Ook hij vindt de samenwerking tussen alle partijen de belangrijkste sleutel tot het succes van de binnenstad. “Het is klein begonnen en groeide snel uit door de behaalde resultaten en een goed programma. Bij de laatste evaluatie waren vijfendertig gemeente-ambtenaren, ondernemers, makelaars en andere betrokkenen aanwezig.

Concrete activiteiten voor Gouda, en in het bijzonder voor de binnenstad, worden bedacht en uitgewerkt in het Doe Platform met daarin vertegenwoordigers van ondernemers en bewoners.” Het Doe Platform bedenkt acties voor de korte en langere termijn om het verblijfsklimaat in de binnenstad voor iedereen te verbeteren en denkt mee over de samenhang tussen evenementen, retail, cultuur en horeca.

Geen freeriders meer

Het platform adviseert de SOG over de bestemming van gelden uit het OndernemersFondsGouda (OFG). “Het OFG wordt gevuld door een opslag van vijf procent op de OZB aanslag voor commercieel onroerend goed. Het gaat dan voor de binnenstad om een bedrag van negentigduizend euro.”

Van Erk vindt dit een prettige werkwijze: “Door het ondernemersfonds wordt ‘freeriden’ voorkomen. Alle ondernemers betalen mee aan de verbeteringen en de evenementen. Het is een rechtvaardige bijdrage op basis van de grootte van de onderneming.”

Toch vindt hij het jammer dat grote ketens hun filiaalmanager geen ruimte geven of hen niet stimuleren om mee te doen aan lokale acties. “We zijn nu met hen in overleg daarover, het gaat niet altijd om geld, het gaat om meedenken én meedoen!” Van Erk pleit ervoor dat dit aandachtspunt wordt meegenomen in de landelijke Retailagenda 2020.