Michaël van Straalen

Michaël van Straalen
Voorzitter MKB-Nederland

Er is bijna geen sector in Nederland waar zoveel gebeurt als in de Retail; mooie en minder mooie dingen. De minder mooie dingen zouden we ons allemaal moeten aantrekken. Want laten we wel stellen: de detailhandel is een sector van majeure betekenis. Niet alleen in cijfers, (circa 100.000 bedrijven, ruim een half miljoen werknemers), maar ook in termen van leefbaarheid bijvoorbeeld.

We zien op verschillende plekken in ons land wat er gebeurt als winkels de deuren sluiten. Het aanbod verschraalt, straten en centra verpauperen, consumenten laten winkelcentra die voor de helft leegstaan links liggen, waardoor ook de overgebleven zaken het almaar moeilijker krijgen.

De crisis heeft er flink in gehakt en vele winkels – ook grote bekende ketens – zijn over de kop gegaan. Hoewel het sentiment duidelijk verbetert en er gelukkig weer voorzichtig wordt geplust, is de sector nog niet helemaal uit de problemen. De opmars van online shoppen is gaande en de concurrentie is moordend - zie alleen al de vrijwel permanente uitverkoop in (delen van) de modebranche.

Slim ingrijpen

Een bekend adviesbureau waarschuwde begin deze maand dat 55.000 tot 130.000 voltijdsbanen in de detailhandel op de tocht staan als we ‘nu niet ingrijpen’. Het is een doemscenario van jewelste waarin ik niet wil meegaan, want ik geloof in de (veer)kracht van onze ondernemers. Ik zie vele voorbeelden van zelfstandig ondernemers die het tegen de stroom in gewoon heel erg goed doen; winkeliers die slim gebruikmaken van bijvoorbeeld social media en smart data, winkeliers die nadrukkelijk de samenwerking opzoeken en die een onderscheidend aanbod hebben.

Maar hoe goed en actief ondernemers zelf ook acteren, de sector kan het niet alleen, er móet meer gebeuren. Daarin heeft het genoemde bureau gelijk. En dat betogen wij ook in de visie ‘Laat stad en land bruisen’, die MKB-Nederland vorige maand, samen met VNO-NCW en LTO in het kader van de campagne NL Next Level, heeft gelanceerd en waarover we de komende tijd nadrukkelijk in dialoog gaan met de rijksoverheid, lokale overheden, ondernemers en andere stakeholders.

Hoe goed en actief ondernemers zelf ook acteren, de sector kan het niet alleen, er móet meer gebeuren.

Het is de opmaat naar een advies van de ondernemersorganisaties voor het volgende kabinet. De detailhandel heeft daarin onze bijzondere aandacht. Wat ons betreft moet het volgende kabinet, in samenwerking met ondernemers, lagere overheden en andere stakeholders, krachtig inzetten op bruisende, vitale steden en dorpen.

Nu dreigt er een tweedeling, met enerzijds leegstand (10 procent van het totaal) in met name de randen van Nederland en krimpgebieden, en anderzijds de grootste steden die juist economische magneten zijn geworden. Het gaat erom hoe we de kansen van grootstedelijke ontwikkeling kunnen blijven pakken, maar tegelijk ook middelgrote steden en dorpen leefbaar en aantrekkelijk kan houden. De detailhandel speelt daarin uiteraard een cruciale rol.

Nationale regie en samenwerking

De situatie vraagt om meer nationale regie, een landelijke visie en meer samenwerking tussen rijk,  provincie en gemeenten.  Bijvoorbeeld om te voorkomen dat gemeenten onderling met elkaar concurreren in plaats van samenwerken. Om te voorkomen dat een wethouder met een braakliggend stuk grond in de periferie het toestaat dat daar nieuwe vierkante meters winkeloppervlak worden bijgebouwd, terwijl elders in de gemeente winkels het lastig hebben of panden leeg staan.

Meer nationale regie is ook noodzakelijk om de nodige investeringen en samenwerking te faciliteren, bijvoorbeeld om kansloze winkels te verplaatsen en leegstaande winkelpanden om te bouwen naar zorg- of woonfuncties. Dit soort transformaties komt nu te langzaam van de grond, mede vanwege de hoge ontwikkelingskosten en de lange terugverdientijd. Gemeenten hebben meer belang bij nieuwbouw, omdat de verkoop van grond hen juist geld oplevert. 

We vragen het rijk daarom ook om de instelling van een transformatiefonds, dat kan zorgen voor de nodige cofinanciering van investeringen. En maak één minister of staatssecretaris voor deze transformatie verantwoordelijk. Het is belangrijk genoeg.  Niet alleen voor die winkeliers, maar voor ons allemaal.

Voor consumenten wordt de aantrekkelijkheid van een stad voor het grootste deel bepaald door het centrum. Een stad of kern heeft dus een kloppend hart nodig, met een goed aanbod van winkels, horeca, cultuur et cetera, investeer daar dan ook in.