Tegelijkertijd is de functie van winkels onder invloed van technologische ontwikkelingen veranderd. Consumenten doen hun inkopen deels online. In de eerste helft van dit jaar besteedden zij 8 miljard euro aan online producten en diensten. Dat is 8,5 procent van de totale omzet in de retail. In 2014 bedroeg dat percentage nog 7,6 procent.

Nieuwe concepten op basis van gebruik

Consumenten zijn ook kritischer, veeleisender en beter geïnformeerd. In de elektronicazaak weten consumenten precies wat ze willen hebben omdat zij alle reviews op internet hebben gelezen, en in de boekwinkel drinken ze na hun aankoop graag nog even een kop koffie. Ze gaan voor gemak en stappen steeds meer over van bezit naar gebruik: ze delen bijvoorbeeld auto’s en gereedschap.

Retailers laten, in antwoord op deze ontwikkelingen, zien over aanpassingsvermogen en creativiteit te beschikken. Er zijn veel voorbeelden van winkeliers die mooie nieuwe concepten bedenken. Dat neemt niet weg dat de behoefte aan winkelruimte door alle ontwikkelingen is afgenomen. In het aanbod van winkeloppervlak is dat niet terug te zien. Terwijl de omzet van 2004 tot 2013 met 7 procent daalde, steeg het aantal vierkante meters winkel in de non-foodsector met 13 procent.

Naar schatting kent Nederland 30 procent overcapaciteit aan winkeloppervlak; 7,5 procent van de winkelpanden staat leeg. Leegstand is slecht voor iedereen: voor winkeliers, voor vastgoedeigenaren, voor omwonenden en daarmee voor gemeenten.

De urgentie om winkelgebieden aan te passen aan de nieuwe omstandigheden wordt breed gevoeld.

Leefbaarheid verbeteren

Om de leefbaarheid in binnensteden en dorpskernen te verbeteren en de sector toekomstbestendig te maken, is afgelopen voorjaar de Retailagenda afgerond en door mij gepresenteerd aan de Tweede Kamer.

Een belangrijk punt uit die agenda is dat alle betrokken partijen – detailhandel, vastgoedeigenaren, gemeenten, provincies en Rijk, kennisinstellingen, vakbonden en financiers – samenwerken om de aanpak van problemen op lokaal niveau mogelijk te maken.

De verschillen tussen gemeenten zijn groot. In de ene is nog ruimte voor groei, de andere heeft met krimp te maken. Maar de urgentie om winkelgebieden aan te passen aan de nieuwe omstandigheden wordt breed gevoeld. Meteen na de presentatie van de Retailagenda meldden zich vijftig gemeenten om aan de slag te gaan. Later sloten zich nog twintig gemeenten aan en ik hoop en verwacht dat de overige dit voorbeeld zullen volgen.

Retaildeal

Op 18 november hebben de eerste negenentwintig gemeenten en twee regio’s een retaildeal ondertekend. Zij verdienen een compliment, want zij steken hun nek uit. Behalve om goede afstemming en een gedegen visie, vragen de deals namelijk ook om het maken van moeilijke keuzes.

Elke gemeente vult de retaildeal op eigen wijze in en gaat met lokale en regionale partners aan de slag. In sommige gemeenten is het werk al begonnen. In Nijkerk bijvoorbeeld hebben een supermarkt en enkele woningen van plaats gewisseld omdat de supermarkt uit de loop lag. Iedereen is tevreden met deze oplossing, er is geen vierkante meter winkel bijgekomen maar de bestaande ruimte is slimmer gebruikt. Ik vind dat een mooi voorbeeld van door samenwerking tot een oplossing komen.
Wanneer gemeenten bij de uitwerking van de retaildeals op belemmeringen stuiten, sta ik hen graag bij.

Ook met andere vragen kunnen ze bij mij en bij de andere partijen achter de Retailagenda terecht: wij helpen de gemeenten graag verder met kennis en contacten. Zo werken we met alle partijen toe naar aantrekkelijke winkelgebieden die toekomstbestendig zijn en waar de retailer een goede boterham kan verdienen. Waar de consument een combinatie van winkels, horeca en cultuur vindt en hij graag tijd doorbrengt. Waar de mensen elkaar ontmoeten.