Selecteer op kwaliteit

Niet lang nadat gespreksleider en Startupbootcamp-medeoprichter Patrick de Zeeuw de discussie opent, ligt de eerste conclusie al op tafel: van de vorige booming periode, tijdens de dotcomhype rond de eeuwwisseling, vallen belangrijke lessen te leren.

De deels door de overheid gefinancierde initiatieven trokken mensen aan die er “als een bij op een honingpot” op afkwamen, maar niet het juiste type bleken. Tegelijkertijd ontbeerden te veel bedrijfjes een duidelijk product of gedegen businessplan. Met andere woorden: pas op voor de hype. Selecteer streng op adviseurs en zorg voor kwaliteit bij de startups.

Maar er staat meer op het wensenlijstje. De Zeeuw komt net uit het inspirerende San Francisco. Fascinerend, vindt hij, dat je daar door een wildvreemde in een bar benaderd kunt worden om feedback te geven op een pitch. Iets meer van die Amerikaanse mentaliteit zou hij ook wel in Nederland willen zien.

Van de Velde: Goed gebruik maken van een ecosysteem moet je ook met zijn allen leren. Je kunt het niet voorzeggen en dan verwachten dat het gebeurt.

De Zeeuw: Hoe kun je de ‘kritieke dichtheid’ van kennis, die zo nodig is voor een bloeiend ecosysteem, bereiken volgens jullie?

Rasker: Met alle kennis is het volgens mij zo dat het pas gaat leven in een groep. Waarom wil iedere universiteit in de wereld alles op één plek bundelen? Omdat mensen elkaar aansteken, kennis delen, communiceren en puzzelen.

Brons: Zeer mee eens. En zet ook al je adviseurs bij elkaar, daar is een ecosysteem zeer geschikt voor.
Rasker: Ik heb aan MIT in Boston gestudeerd, dat heeft een wereldwijd netwerk van alumni. Zij zeggen dat het voor die kritieke dichtheid niet eens zo heel veel uitmaakt waar je bent, maar dat het iets te maken heeft met familie. Het is een vertrouwensnetwerk. Je kunt slimme mensen in een zaaltje zetten, maar als ze elkaar niet aanspreken, gebeurt er echt helemaal niets.

Van de Velde: Goed gebruik maken van een ecosysteem moet je ook met zijn allen leren. Je kunt het niet voorzeggen en dan verwachten dat het gebeurt.

Rasker: Ik denk dat meer betrokkenheid de universiteiten nog veel meer kan opleveren.
De Zeeuw: Toch is er vaak miscommunicatie tussen professoren en ondernemers.

Ter Kuile: Volgens mij is een deel van het probleem dat universiteiten en professoren elkaar het succes niet gunnen. In de VS houdt een professor een groot deel van de onderneming – in Nederland mag de prof blij zijn als hij mee mag doen van de universiteit.

Van de Velde: Maar niet iedere prof is een goede ondernemer. Samenwerking met een business developer kan dan wel een uitkomst zijn.

Rasker: Bij Amerikaanse universiteiten zetten ze de business school daarvoor in. De beste ideeën worden ook nog gefinancierd.

De Zeeuw: Organiseren of faciliteren: wat is de rol van de overheid?

Ter Kuile: Wat mij betreft is die zo klein mogelijk.
De Zeeuw: Dat ben ik niet met je eens. In het VK kunnen investeerders rendement uit een startup belastingvrij herbeleggen. En een investering die niet succesvol bleek, is honderd procent aftrekbaar. Fiscale maatregelen kunnen groei faciliteren.

Van de Velde: Ik denk dat de overheid dan ook beter af is. Met de borgstellingskredietregeling, waarvoor je nu bij de overheid kunt aankloppen, is men het geld gewoon kwijt als het mis gaat.

Ter Kuile: Ok, eens met de fiscale maatregelen, met name zoals de WBSO-regeling, waar je meteen baat bij hebt, of gericht op aftrek voor investeerders Maar verder liefst zo min mogelijk – en al helemaal niet door te sturen in welke bedrijven wel of niet begunstigd worden, wat nu wel gebeurt.

De Zeeuw: Faciliteren dus, niet organiseren. En geen drempels opwerpen, maar wegnemen. Ik vind het ook een probleem dat je hier niet zomaar aandelen kunt uitgeven aan medewerkers die toetreden tot een startup, of aandelen kunt vesten (jezelf inverdienen) zonder dat de fiscus de aandelen direct belast.

Rasker: De regels zijn verzonnen voor een ander soort bedrijven in een andere situatie. Er is niemand in het regelgeefproces die een startup neemt als voorbeeld van een bedrijf.

Brons: Hou het aandelenkapitaal bescheiden en simpel: één soort, geen cumprefs

De Zeeuw: Een startup beginnen is een ritje voor langere tijd, mits het goed gaat. Er is niets romantisch aan, het is keihard werken. Wat moet je wel en niet juridisch regelen?

Brons: Mijn advies is om het in eerste instantie zo simpel mogelijk te houden. Als er daarna investeerders aan boord komen wordt het nog ingewikkeld genoeg. De flex-BV is een goed startpunt. Hou het aandelenkapitaal bescheiden en simpel: één soort, geen cumprefs. Geen ingewikkelde governancestructuur, je bent een startup. En, dit is gewaagd, maar: liever geen concurrentiebeding. Als dat je bij elkaar moet houden, red je het niet.

Ter Kuile: Ik zat laatst met een jurist die gewoon steeds vroeg: is dit in het belang van de onderneming? Hoewel dat de investeerder soms pijn doet, vond ik dat wel heel goed.
Van de Velde: En hoe vind je de juiste advocaat?

Brons: Dat is in elk geval een advocaat die je een fixed-fee biedt. Neem iemand van jouw leeftijd of iemand die de taal van jouw leeftijd spreekt en die een goed track record heeft. Anders krijg je een mismatch. Vraag andere startups wie zij goed vonden.

De Zeeuw: Ik verbaas me vaak over de risico-aversie van investeerders. Waar komt dat vandaan?

Ter Kuile: Geen idee, die mentaliteit is ook mijn grootse zorg voor het ondernemersklimaat in Nederland. Er zijn ontzettend veel goede ondernemers in Nederland, met goede ideeën. En dan halen ze 25.000 euro op, of 50.000 en zijn ze heel blij. In België, ik ken de hoek van de life science daar goed, halen ze in één keer 20 miljoen op. Net als in de VS. Investeerders in Nederland durven niet. Voor onze mentaliteit zijn de bedragen te groot.

De Zeeuw: Dat is eigenlijk raar, die investeerders zijn toch ook ondernemer geweest?
Ter Kuile: Er is ook geen onderlinge binding. Investeerders onder elkaar praten veel te weinig over hoe je dat doet, ze delen niets. Ik ken een groep in België van twintig investeerders, die investeren in steeds wisselende samenstellingen van een man of acht. Dat gebeurt in Nederland nog niet.

Rasker: Wij zetten zelf twintig investeerders bij elkaar op een avond. Dan neemt de kans op investeringen enorm toe, hebben we gemerkt.
Ter Kuile: Ik zou graag zien dat we blijven herinvesteren. Je zou het bijna verplicht stellen. U bent mijn aandeelhouder, maar als ik een succes ben moet u dat geld terug het systeem in sluizen.

Van de Velde: Goede aandacht is mooi, maar moeten we allemaal ‘baanbrekend’ zijn?

De Zeeuw: Rolf, tot slot, jij hebt voorafgaand aan dit gesprek gezegd dat iets minder heisa rondom startups goed zou zijn voor de startups.

Van de Velde: Een beetje provocerend bedoeld, uiteraard. Goede aandacht is mooi, maar moeten we allemaal ‘baanbrekend’ zijn? Startende ondernemers bestaan al eeuwen. Dat doodknuffelen hoeft van mij niet. Weet je hoeveel uitnodigingen ik krijg? Het gevaar is ook nog dat ik als arrogant gezien wordt als ik nee zeg.

Ter Kuile: Les 1 onder investeerders: stap nooit in een bedrijf dat net een prijs gewonnen heeft. Die aandacht kost te veel tijd.

De Zeeuw: En dat is je belangrijkste goed. Je bestaansrecht is niet pitchen, maar business draaien.
Van de Velde: Precies. Bovendien denk ik dat we meer aandacht moeten hebben voor failure stories. Bedrijven die met littekens opnieuw zijn begonnen, of later het licht hebben gezien. We hebben het zo vaak over de VOC-mentaliteit, maar hoeveel schepen zijn er vergaan? Daar kunnen anderen van leren.