De sector chemie is er een van de negen sectoren, die enkele jaren geleden door de overheid als topsector is aangewezen. Deze topsectoren zijn de belangrijkste sectoren waarmee de BV Nederland haar geld verdient.

Door aanwijzing als topsector wordt de sector meer gestimuleerd om inhoud te geven aan innovatie. Het doel is oplossingen te vinden voor de uitdagingen van de toekomst en om de concurrentie met het buitenland te kunnen blijven aangaan. Zo is de Topsector chemie gestart met zogenoemde Ilabs en COCI’s.

Door de uitwisseling van kennis en ervaring worden innovatie en ondernemerschap hier gestimuleerd. Inmiddels zijn er in Nederland zes Ilabs en vijf COCI’s, en dit aantal zal nog verder stijgen.

Onderzoek

Onno de Vreede, secretaris van het topteam chemie dat de topsector chemie aanstuurt: “Die Ilabs zijn kraamkamers voor innovatie. Startende bedrijfjes, of eigenlijk mensen met nieuwe ideeën, komen er bij elkaar, vaak op de locatie van een hoge school of universiteit. Die ideeën vloeien namelijk vaak voort uit onderzoek op universiteiten.

Vindingen kunnen in zo’n lab verder worden ontwikkeld tot een product, bij voorkeur samen met een klant. Als het product succesvol is, kom je in een andere dynamiek terecht, waarbij de starter een echt bedrijf wordt, mensen worden aangenomen en de behuizing van een Ilab niet meer geschikt is.

De startup is dan het innovatielab ontgroeid. Zo’n ondernemer verhuist vervolgens naar een COCI, een campusachtige locatie, waar een starter zijn eigen gebouw heeft. Je zou het een klein bedrijventerrein kunnen noemen.”

Verbonden

Ilabs en COCI’s zijn vaak locaal of regionaal met elkaar verbonden binnen hetzelfde competentiegebied. Zo ontstond bijvoorbeeld een combinatie van een Ilab in Zwolle en een COCI in Emmen waar men zich concentreert op kunststoffen, garens en vezels.

Ook Delft kent een dergelijke combinatie, maar dan op het gebied van de biotechnologie. Andere vestigingen van ilabs en COCI’s zitten in Nijmegen, Eindhoven, Amsterdam en Wageningen (Ilabs) en in Bergen op Zoom, Geleen en Rotterdam (COCI’s).

Onno de Vreede: “Voor Nederland zijn de Ilabs en Coci’s broeiplaatsen van nieuwe ideeën en nieuwe bedrijvigheid. Het gaat hier niet zozeer om het optimaliseren van bestaande processen, zoals in de R&D laboratoria van grote bedrijven vaak plaatsvindt, maar vooral ook om nieuwe producten en technologiën.

Inmiddels zijn er al enkele tientallen bedrijven voortgekomen uit de Ilabs en COCI’s en de ambitie is om dit aantal de komende jaren verder te laten stijgen.”